Anne Tetmans, paardenman

Anne Tetmans woonde in het jaar 1630 in Beetsterzwaag en hij was op dat moment getrouwd met Aukje Fokkes. Anne was een paardenman, je vindt hem in de archieven van Opsterland een aantal keren in zaken betreffende paarden. Zo was Gooitsen Jacobs in Oudega (S) in 1636 tien daalders schuldig aan Anne wegens geaccordeerde afsteigering van paarden.  Daaruit blijkt dat Anne ook hengstenhouder was. In 1638 was Anne 20 gulden schuldig aan Jetske Claeses de weduwe van Abe Freerks wegens de koop van een “swart blest moerpeer”, een zwarte merrie met een bles.

In mei 1639 verscheen Anne opnieuw voor het gerecht van Opsterland, deze keer om te verklaren dat hij 19 daalders en 11 stuivers schuldig was aan Jan Berends, die ook in Beetsterzwaag woonde. Dit wegens de koop van een “grau peert”, een grijs paard. Anne was van plan dit paard mee te nemen naar het leger. Anne kon dat paard niet direct betalen, maar hij beloofde het bedrag te overhandigen zodra hij zijn soldij had ontvangen. Er kwam schijnbaar een kink in de kabel want de acte werd doorgekrast. Opvallend is dat naast het bedrag van 19 daalders en 11 stuivers in de kantlijn 30-9 werd geschreven, een normale geldnotatie in guldens en stuivers in die tijd, maar die aantekening is in dit verband niet helemaal duidelijk.

Enige tijd hoor je dan niets van de plannen van Anne Tetmans. Wel werd hem begin 1640 de huur van zijn kamer opgezegd door Aaltje Wisses voor haarzelf en als medeerfgenaam van Wisse Aises.

In april 1641 komt de 30-9 aan geld weer bovendrijven. Want dan laat Anne weer een acte registreren waarin hij opnieuw verklaart schuld te hebben bij Jan Berends en deze keer 30 daalders en 9 stuivers wegens de aankoop van een grijs paard, misschien hetzelfde als in het jaar 1639. Bovendien was hij ook nog eens 40 daalders en 9 stuivers schuldig aan Gosse Jans, ook uit Beetsterzwaag, wegens de koop van een “bruin cold peert”. Beide paarden waren op het moment van de registratie al door Anne “te dancke ontfangen”.

Met die beide paarden wilde Anne in militaire dienst gaan bij de Edele Mogende Heeren der Stad Groningen ende Ommelanden in het “aenstaende” veldleger. Anne beloofde aan Jan Berends en Gosse Jans de aankoopbedragen “vromelijck” te betalen uit de eerste penningen van het traktement en de verdiensten die aan hem zouden worden uitgekeerd. Hij zou zelf eerst niets van zijn ontvangsten mogen houden, alles ging naar Jan Berends en Gosse Jans, net zolang tot de paarden waren betaald. In het geval “des Godt Almachtich verhoede” dat Anne echter zijn paarden zou verliezen of dat hij door “onverwachte ongeluck” geen penningen zou gaan verdienen zou Anne de paarden toch betalen zodra het leger uit het veld vertrok en in garnizoen kwam te liggen. Voor de zekerheid van de verkopers stelde Anne de paarden tot onderpand en voorts al zijn huisraad, roerende en onroerende goederen.

Maar of het ooit zover is gekomen dat Anne met zijn paarden ten strijde is getrokken, dat staat te betwijfelen. In september 1641 blijkt Anne dat een behoorlijke schuld heeft bij Freerk Regneris wegens gehaalde waren. Dit zal Freerk Regnerus Hachtingh, burger en zijdekramer in Leeuwarden, zijn geweest. In december 1641 was Anne Tetmans al weer actief in de paardenhandel, hij kocht toen een paard van Jan Harmens in Appelscha voor 23 daalders. De betaling daarvan bleef echter uit en Jan Harmens daagde Anne vervolgens voor het gerecht. De beide paarden waarmee Anne in het Groningse veldleger dienst wilde nemen bleven ook onbetaald want op 17 februari 1642 is er sprake van executiekosten van het gerecht en op 30 mei 1642 werd de acte in het hypotheekboek van Opsterland geregistreerd, een teken dat er iets met de betaling niet in orde was. Of “aenstaende” Groningse veldleger waarin Anne dienst wilde nemen ooit is opgericht is niet duidelijk. Als hij wel als militair heeft gediend dan was dat in elk geval van zeer korte duur. Ergens in mijn achterhoofd leeft een beetje het idee dat de paardenman Anne Tetmans mogelijk manieren zocht om paarden te kunnen aanschaffen en daarvoor het Groningse veldleger als alibi gebruikte. Maar wie ben ik om aan de militaire carrière van Anne te twijfelen.

Wat me opviel bij de aankoop van de beide paarden is dat men kennelijk vroeger zijn eigen “materieel” moest meenemen in het leger.  Het is in deze beide aktes niet duidelijk of Anne Tetmans als ruiter in dienst zou gaan of als soldaat in de aan- en afvoertroepen, waarschijnlijk het laatste, want als huzaar had hij maar één paard nodig. Het risico dat een militair in die tijd liep met zijn “materieel” was kennelijk ook voor eigen rekening.

Na Roelof Jochums (klik hier) die in dienst van de VOC of Westindische Compagnie trad en Jacob Jans smit (klik hier) die soldaat werd is Anne Tetmans mogelijk de derde “gewone” Opsterlander die in de recesboeken van deze Grietenij betreffende de tachtigjarige oorlog wordt vermeld. Voor zover mij bekend was hij tevens de laatste. Roelof Jochums en Jacob Jans verbonden beiden een soort van weddenschap aan het volbrengen van hun militaire diensttijd. Anne Tetmans kwam niet tot het laten opstellen van dergelijke merkwaardige aktes, hij ging ervan uit dat zijn soldij voldoende was om zijn schulden af te betalen. Of was de hoop bij hem de vader van de gedachte?

Advertisements

, , , , , , ,

%d bloggers liken dit: