Faillissementsfraude

Zo af en toe verschijnt er tegenwoordig een artikel in de krant over faillissementsfraude, waarbij goederen frauduleus aan een boedel worden onttrokken. Dat is niet alleen een fenomeen uit onze tijd, ook vroeger was er sprake van.

In het jaar 1667 verscheen het echtpaar Gauke Sierds en Wyb Doeijes, waarschijnlijk wonend in Ureterp, in de secretarie van de grietenij Opsterland. Ze verklaarden door “quade fortuijn” en andere onregelmatigheden in zware schulden te zijn vervallen. Ze hadden gehoopt hun schulden  te kunnen afbetalen “indien haer segen en jaeren van Heere vergunt waren”. Maar Jelis Jans en diens zoon Minne Jelis en anderen stuurden de executeur langs waardoor ze in hun goede voornemen werden “bedurven”. Daarom hadden Gauke en Wyb een staat van hun bezittingen en schulden gemaakt. Ze waren tot de conclusie gekomen dat het onmogelijk was hun schulden af te betalen. Daarop hadden ze hun crediteuren op 1 augustus 1667 via een commissaris uitgenodigd om “remis”, dat is uitstel van betaling, te verlenen. De crediteuren hadden overlegd maar waren er niet uitgekomen. Gauke en Wyb besloten dat het maar het beste was als hun bezittingen door een commissaris en secretaris van het gerecht van Opsterland werden verkocht tegen de hoogst mogelijke prijs zodat uit de opbrengst van de verkoping hun crediteuren naar volgorde van preferentie konden worden betaald. Ze overhandigden de staat van bezittingen en schulden aan het gerecht met het verzoek aan de crediteuren dit te willen accepteren en daarmee te volstaan.

De aanvraag werd keurig geformuleerd. Vroeger noemden ze dit een acte van abondon, verlating. Het zag ernaar uit dat Gauke en Wyb al hun goederen verloren en dat hun crediteuren zich tevreden zouden moeten stellen met een verdeling van de opbrengst naar preferentie.

Maar behalve de al genoemde Jelis Jans en diens zoon Minne Jelis waren er nog een aantal anderen die geld tegoed hadden en dat waren niet de minsten. Genoemd worden Lucia van Siccama (weduwe van de grietman Saco Fockens), Antje van Andringa (weduwe van de secretaris Saco van Teijens), Wiskjen Fockens (weduwe van Tinco van Teijens) en Aijso Hemminga als man en voogd over Rintske Boelens. Zij behoorden tot de toplaag van de bevolking in die tijd in Opsterland. De crediteuren waren het niet eens met de aanvraag voor abondon van Gauke en Wyb. Volgens de crediteuren hadden Gauke en zijn vrouw de goederen niet te goeder trouw aangegeven. Ze hadden geen wettelijk bevestigde, onder ede opgemaakte, inventarisatie van hun goederen laten maken. Verder zouden Gauke en zijn vrouw goederen bij een broer hebben verstopt en die goederen niet op hun staat van bezittingen hebben vermeld. Ja, het was nog erger, ze zouden frauduleus, “in hun moedwillige desolaatheid”, goederen voor half geld hebben verkocht aan die broer en ook aan anderen.

Het protest was duidelijk, de crediteuren voerden faillissementsfraude aan. Hoe deze zaak is afgelopen weet ik op dit moment (nog) niet. Of de crediteuren hun aantijgingen gestand hebben kunnen doen staat daarmee niet vast. Wel kun je uit de betreffende acte concluderen dat het begrip faillissementsfraude ook in het jaar 1667 een bekend fenomeen was.

Nog verder terug in de tijd, in het jaar 1643, liep in de nacht van vrijdag 3 op zaterdag 4 april een zekere Jan Uilkes rond met een wieg op het hoofd. Jan was een broer van Wiebe Uilkes die bankroet was verklaard. In die nacht troffen beide mannen net de verkeerde. Sjoerd Tjibbes de secretaris van de grietenij Aengwirden had iets genuttigd in de herberg van Jan Jansen “op’t veen over de brugge”. Sjoerd Tjibbes was na inname onderweg naar huis en gekomen tot aan Jelle Sakes, “olde weerd”,  bij de hoek van het huis Bentem. Daar kwam hij Jan Uilkes tegen die dus met een wieg op het hoofd rondliep. Wiebe Uilkes kwam net iets later aanlopen en hij droeg een wagenkist op zijn schouder en een “suypvat” onder de arm. Dat was echter allemaal net iets te zwaar. Daarom zette Wiebe de spullen neer op de stoep van Willem Bartles huis, dat naast Bentem stond. Secretaris Sjoerd Tjibbes zal vast hebben gevraagd wat er aan de hand was. Wiebe Uilkes zou Sjoerd daaropvolgend met een “seeckere instrument”, met iets dus, op de mond, kin en borst hebben geslagen. Sjoerd raakte daarbij in onmacht en viel achterover. Wiebe liet hem liggen en zei: “De duivel heeft genoeg”. De beide broers moesten zich voor het Hof van Friesland verantwoorden. Het bewijs was kennelijk niet overtuigend, er was slechts één getuige, en alles was gebeurd in een donkere nacht. Zowel Wiebe Uilkes als zijn broer Jan Uilkes werden “geabsolveert”, vrijgesproken dus.

Maar ook hier, in 1643, blijkt weer dat het verdonkeremanen van goederen bij een bankroet geen onbekend verschijnsel was.

Dat zal ook altijd wel zo blijven.

Advertenties

, , , , , , , , , , , , , , , ,

  1. #1 door Rob Alberts op 12/12/2016 - 17:33

    Zoals er altijd eerlijke mensen zijn, zo zal er ook altijd gefraudeerd worden ….

%d bloggers liken dit: