Roeken en Kraaien

Elk jaar weer, als de weidevogelstand wordt beoordeeld kom je op radio, tv en in de schrijvende pers berichten tegen over de oorzaak van het teruglopen van deze stand. Daarbij worden steevast ook de kraaien en hun soortgenoten vermeld als één van de boosdoeners. Erg geliefd zijn deze vogels over het algemeen dan ook niet. Is dat alleen een trend van de laatste jaren? Nee dat zeker niet.

In het jaar 1634 werd in de grietenij (gemeente) Opsterland de omslag gemaakt voor de kosten van de grietenij. Daarbij verschenen de volmachten van de respectievelijke dorpen in de rechtkamer in Lippenhuizen en aan de hand van de kosten die in het vorige jaar waren gemaakt werd bepaald met welk bedrag de floreenbelasting in dat jaar werd verhoogd. Dat berekende extra bedrag was elk jaar anders. Zo’n grietenijrekening is meestal een dorre opsomming van gemaakte kosten. Maar in 1634 staat er ineens een opdracht aan de inwoners van Opsterland in, tegenwoordig zou je zeggen er werd een artikel van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) toegevoegd. Zo’n bepaling is in dergelijke rekeningen hoogst uitzonderlijk, het zat de heren kennelijk erg hoog.

Kraai

Kraai

Omgezet naar modern Nederlands luidt die bepaling:

“Het zal duidelijk zijn dat het erg profijtelijk is wanneer men roeken en kraaien vernielt en uitroeit, zodat dezen zich niet vermenigvuldigen en zich niet verder voortplanten. Om te voorkomen dat de ingezetenen van de grietenij nog meer schade aan het zaad of anderszins lijden wordt door middel van dit artikel bepaald dat een ieder van de ingezetenen verplicht is om de nesten uit te halen, “aff te smijten” en te vernielen, zodat er geen jonge vogels meer worden uitgebroed. Indien iemand dit nalaat zal hij voor elk nest op zijn land waarin wel jonge vogels worden uitgebroed drie stuivers boete moeten betalen, welke boete ook daadwerkelijk zal worden ingevorderd”.

Voor de liefhebbers van oude taal, de transcriptie van de originele tekst luidt:

“Ende alsoo verstaen wordtt geheel profijtelijcken te sijn datt men den roecken ende craeijen vernijle ende wtroeije ten einden sij hen niett vermeenichvuldigen ende niet meer voort teelen ende alsoo den ingesetenen geen meerder schade aen hen saett ende andersins te doene wordtt midts deesen geresolveertt dat een ijder der ingesetenen respectivelijcken geholden sall sijn den nesten aff te smijten ende deselve te vernijlen soo datt sij geen jongen sullen coemen voortt te brengen bij poena datt een ijder geholden sall sijn van ijder nest op sijn landtt staende daer iongen in voortcoemen te bethalen drie stuivers dewelcke realijcken geexecuteertt sullen worden”.

Drie stuivers was in die tijd veel geld, een arbeider verdiende misschien maar enkele stuivers per week.

Tja, ze zijn niet populair, die zwarte gevleugelde jongens en ze waren dat bijna 400 jaar geleden dus ook al niet. Intussen is er wel het een en ander veranderd. Ook deze vogels zijn tegenwoordig beschermd, hoewel sommigen dat met lede ogen aanzien. De reden voor hun impopulariteit is intussen ook veranderd van “schade aan het gewas” naar “schade betreffende weidevogels”.

, , , , , , , , ,

  1. #1 door groninganus op 16/09/2016 - 07:21

    Ik denk dat je het loon nogal onderschat. Losse arbeiders verdienden destijds zo’n 7 stuiver per dag, een vakbewame scheepstimmerman misschien een gulden. Als werkkrachten intern waren, werd het vanwege de kost en inwoning etc. veel minder, dan ging het slechts om surplus-lonen. Zelfs een wiedster verdiende zeker 3 stuivers per dag. Het bedrag van de boete was dan nog wel hoog, maar niet zo hoog als gedacht.

%d bloggers op de volgende wijze: