Lammert de Winter

Nadat Lammert de Winter op 27 september 1807 bij de herberg “Klein Groningen” gevangen was genomen, zie het voorgaande blog, klik hier, werd dat al gauw bekend in de omgeving. Dat bracht Andries Alberts, een 56-jarige schoenmaker uit Lippenhuizen op een idee. Hij had in Hemrik, op de uitgang aan de oostkant van de kerk ook een partij hout liggen. Nadat hij was geïnformeerd ging Andries op 16 september 1807 bij zijn houtbulten kijken en kwam tot de ontdekking dat hij een partij hout met een waarde van 50 gulden miste. Andries wist niet wie het hout had gestolen, maar hij veronderstelde dat dit wel eens gedaan zou kunnen zijn door de schipper die eind september 1807 in Beetsterzwaag gevangen zat. Men had aan Albert verteld dat deze schipper op 12 september diens schip dicht bij die houtbulten had aangemeerd en de volgende dag, zondag 13 september was die schipper alweer vertrokken. Bij de terugvaart zou de schipper hout in z’n schip hebben liggen. Hierover legde Andries op 28 of 29 september een verklaring af bij het gerecht van Opsterland. Hoewel het er niet bij staat zal Andries zijn informatie hebben gekregen van twee dames die bij de Opsterlandse compagnonsvaart woonden. Dat was ongeveer waar nu de ijsbaan is, klik hier.

Die dames werden vervolgens ook gehoord door het gerecht. De eerste was Neeltje Fokkes, 46 jaar oud, huisvrouw van Hendrik Klazes. Zij verklaarde dat op zaterdag 12 september 1807 in de Hemriker vaart schuin tegenover haar huis een schipper zijn schuit had aangemeerd bij de opslag aan de oostkant van de Hemriker kerk waar een partij hout lag. Men confronteerde haar met de gevangen gezette schipper (Lammert de Winter). Volgens Neeltje was dit dezelfde man. Hij had bij haar een kaasje en een half mingelen melk gekocht. Op dat moment kwam buurvrouw Wiepkje Klazes ook langs en ze hadden gedrieën nog wat staan praten. De volgende morgen, toen Neeltje vroeg opstond bleek de schipper te zijn  vertrokken.

Buurvrouw Wiepkje Klazes, 56 jaar oud, huisvrouw van Anne Hendriks werd vervolgens ook gehoord. Ook zij verklaarde dat er recht tegenover haar huis aan de overzijde van de vaart een partij hout lag, waarbij een schip had gelegen. Wiepkje was naar de boerenstreek in Hemrik geweest waar ze appels had gekocht en ze was ’s avonds tussen 5 en 6 uur hij haar buurvrouw Neeltje gekomen die met een schipper stond te praten. Na “vertoning” herkende ook zij schipper Lammert de Winter. Lammert had gezegd dat hij ziek was en Wiepkje had de man een appel gegeven. ’s Avonds om acht uur was ze naar bed gegaan, het schip lag er toen nog. De volgende ochtend echter niet meer. De volgende maandag had ze gehoord dat er hout miste van de bulten waarbij het schip had gelegen.

Ook hierover werd Lammert de Winter gehoord door het gerecht. Hij verklaarde dat hij op zaterdag 12 september 1807 met zijn schip had gelegen in de Wijnjeterper vaart tussen het verlaat van Wijnjeterp en dat van Hemrik bij een draai. Bij een daar staande winkel had hij een kaasje gekocht en wat zout. Die avond was hij tussen acht uur en half negen naar het dichtstbijzijnde beneden liggende verlaat (dus het Hemriker verlaat).

Hemriker verlaat

Hemriker verlaat

Daar was hij ’s avonds om ongeveer 9 uur aangekomen en er blijven liggen tot de volgende middag half drie. Toen had hij daar geschut en was met zijn leeg schip doorgevaren naar Gorredijk en daar ongeveer om kwart over zes aangekomen. Daarna had hij nog in Gorredijk en bij de Klidze aangelegd en daarna twee vuur baggelaar in Luxterhoek geladen, met welke vracht hij naar Harlingen was gevaren.

Lammert de Winter en alle verklaringen werden naar het Hof van Friesland in Leeuwarden gezonden en daar ging men nog eens na of er nog meer vergelijkbare aangiftes waren. Zo kwam men op Fedde Ates, 36 jaar oud, wonende in Terwispel.  Fedde werd op 5 oktober vervolgens gehoord door het gerecht van Opsterland. Hij verklaarde dat hij een partij turf had staan op Luxterhoek. Op zondag 13 september 1807 had Fedde ontdekt dat er ongeveer anderhalf vuur turf miste. De zaterdag daarvoor lag er een schip bij die turf. Fedde begon die schipper te verdenken en hoorde van andere schippers dat deze in de richting van de Oudeweg was afgevaren. Fedde ging hem achterna, richting Oldeboorn. Halverwege tussen Oldeboorn en Nesterzijl haalde hij een schipper in. Hij vroeg of die schipper misschien turf had geladen zonder te betalen. De schipper ontkende dat, hij had wel turf geladen, maar keurig betaald. Die (door Fedde achterhaalde) schipper was niet Lammert de Winter geweest. Maar Lammert had wel een paar dagen na 13 september bij Fedde’s land gelegen met zijn schip en gevraagd of hij ook turf kon kopen.  Fedde moest eerst melken en de schipper zou eerst het hout, dat in zijn schip lag, opstapelen en daarna zouden ze verder praten. Toen Fedde klaar was met melken was de schipper verdwenen, maar Fedde had wel gehoord dat deze naderhand baggelaar van Wietze Jeens had geladen.

Er speelde waarschijnlijk nog meer bij het Hof van Friesland want Fedde verklaarde ook dat hij van de schipper die hij had achterhaald geen horloge en gespen als betaling had ontvangen, maar een verband is me onduidelijk.

Steeds weer komt bij de verklaringen aan de orde dat schipper Lammert de Winter in de buurt was geweest als er hout of baggelaar was gestolen.  Lammert heeft zich voor het Hof van Friesland moeten verantwoorden, op 12-12-1807 kwam er een uitspraak. Dat dossier (6937) heb ik nog niet ingekeken. Dat mogen anderen doen. Mogelijk is hij uit Friesland verbannen, maar dat is aan de hand van de gegevens die ik nu heb niet zeker. Wel is duidelijk dat Lammert in 1807 in Harlingen woonde, maar afkomstig was uit Meppel. De kans is erg groot dat hij dezelfde is als Lambertus Winters, die tussen 1803 en 1811 in de criminele aktes van de Drentse Etstoel (losse stukken 2.1.4.3 zaak 107 25) wordt vermeld. Op 22 oktober 1808 werd in Doezum/Grootegast een zoon Hendrik gedoopt van deze Lambertus Winters en zijn vrouw Anna Oosterveen. Die zoon was geboren in Stroobos aan de Groningse kant van de grens. In 1812 en latere jaren woonde deze Lambertus Winters weer in Meppel, hij was daar toen glazenmaker en verver.

, , , , , , , , , , , , , , , , , ,

%d bloggers op de volgende wijze: