Tweede miljoenen-juffrouw (3)

Dit is een vervolg op miljoenen-juffrouw (1) klik hier en miljoenen-juffrouw (2) klik hier.

Nadat Trijntje de Jong, de tweede miljoenen-juffrouw, voor de tweede keer een jaar in de gevangenis had doorgebracht bleef het niet rustig rondom haar. Ze werd diverse keren vermeld in de kranten. Nog in 1888 werd ze al weer in Groningen gesignaleerd, waar ze bij de heer B. verschillende goederen op de pof kocht, die ze bij de trein afgeleverd wilde zien. Meneer B. schakelde echter de politie in en daarna had Trijntje alsnog vlot betaald. In april 1889 werd Trijntje opnieuw gearresteerd in Groningen wegens overtreding van de “vergunning”. Er werd een halfvolle fles wijn bij haar in beslag genomen. Trijntje logeerde toen in de stad in hotel Friesland en was aangereisd vanuit Harlingen, waar ze naar verluid een mooie hoed zou hebben gestolen. Ze werd echter al gauw weer vrijgelaten. Ze keerde wel steeds terug naar Drachten.

In juni 1890 nam de Christelijke Gereformeerde predikant Douma van Drachten afscheid wegens vertrek naar Rotterdam. Trijntje zou een trouwe kerkganger zijn geweest bij deze dominee. Hoe dat valt te rijmen met haar overgang naar de Rooms Katholiek kerk, zoals eerder werd vermeld, is niet helemaal duidelijk. Trijntje had ’s morgens wat sterk van de “Schiedammer” gebitterd. Ze liep daarna niet helemaal in rechte lijn naar het kerkgebouw. Eenmaal in de kerk wilde ze een lied zingen. Niet het juiste lied waarschijnlijk en denkelijk niet met gepaste eerbied, want de politie kwam eraan te pas om haar te verwijderen, waarna Trijntje in verzekerde bewaring werd gesteld.

Dat is het begin van een aantal krantenartikelen waarin Trijntje vooral in combinatie met “Schiedammer” en “de vergunning” wordt vermeld. Zo had ze op haar verjaardag een aantal Duitse muzikanten over de vloer. Trijntje danste op de muziek in het wit gekleed en met een roosje op de borst. Hoe later het werd, hoe minder de Duitse muzikanten in staat bleken nog een toon uit hun muziekinstrumenten te persen. De dorpsgenoten begonnen zich aan het rumoer rondom Trijntje te ergeren. Trijntje begon uitstapjes met de tram te maken. Haar lievelingskleding was een zwarte jurk met witte sluier en witte klompen. Jawel , een “barones” op witte klompen. In Gorredijk viel ze tijdens één van die uitstapjes op, ze waggelde door de straten, gevolgd door een joelende menigte. Ze werd door twee mannen afgezet bij het tramstation en vertrok daarmee weer richting Drachten. Trijntje verbraste op die manier al het geld dat ze nog had.

Trijntje leek echter tot inkeer te komen, ze liet in 1890 een advertentie in de krant plaatsen waarin ze een ieder die sterke drank verkocht vroeg om dat niet meer aan haar te leveren. In 1891 verschenen alweer artikelen over een vrolijke Trijntje die een “snapsje” had gebruikt en een feestje organiseerde. Er waren muzikanten uitgenodigd. Maar plotseling was Trijntje verschenen met een roestige sabel en had de muzikanten van haar erf verjaagd en daarna het toegestroomde publiek met de sabel bedreigd. De toeschouwers hadden echter zand en troep naar haar gegooid, waarna ze de sabel in het publiek had gesmeten. De muzikanten konden ook naar hun gage fluiten. Trijntje werd zo vaak opgepakt wegens drankmisbruik dat de auteurs van krantenartikelen vermoedden dat ze binnenkort wel naar Veenhuizen zou worden opgebracht.

In 1892 beklaagde Trijntje zich bij de marechaussee in Olterterp dat er bij haar was ingebroken en dat al haar geld was gestolen. Ook in 1892 stond er in de krant dat Trijntje van plan was lezingen te gaan houden en daarin van haar avontuurlijke leven verslag te doen. Dit om haar berooide kas te “stijven”. Het liep allemaal weer uit de hand toen ze op 5 maart 1892 voor eigen rechter ging spelen en een 11-jarig meisje haar huis in sleurde en opsloot in de kelder. De buren hadden het kind bevrijd. Een andere krant schreef dat het meisje “gratis” voor haar werkte. Trijntje werd gearresteerd en ging opnieuw met de tram richting Heerenveen. De Officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 45 dagen. Op 28 april 1892 volgde het vonnis: één maand gevangenisstraf. Die had ze waarschijnlijk al in voorarrest uitgezeten.

In oktober 1892 verliet Trijntje haar woonplaats Zuiderdrachten en vertrok naar Amsterdam. In de mensenmassa zal ze daar minder zijn opgevallen. Begin 1893 werd ze echter al weer vermeld als zijnde zonder beroep en zonder vaste woonplaats. In december 1892 logeerde ze in “Het witte paard” in de Tweede Lombardstraat in Rotterdam. Daar logeerde ook ene C. Radder, een “arme, oude stakker”, die wat geld verdiende met het breien van eiernetjes. Trijntje had een paar van die netjes gestolen. Weer stond ze voor de rechter en haar doopceel werd nog eens uitvoerig gelicht. De eis was acht maanden gevangenisstraf. De advocaat van Trijntje vond dat zijn cliënte “te donker werd gekleurd” en dat Trijntje zo slecht nog niet was. Haar straf werd vijf maanden gevangenisstraf. Ergens half 1893 moet ze weer vrijgekomen zijn.

Nog eenmaal staan er in diverse kranten in maart 1895 vermeldingen. “Naar men met zekerheid verneemt is de beruchte Trijntje de Jong –genaamd de miljoenenjuffrouw – in de strafgevangenis te Rotterdam overleden”. Uit de overlijdensakte blijkt echter dat ze op 24 februari 1895 is overleden in Rotterdam in een huis aan de Raampoortlaan. Aangifte werd gedaan door een loopknecht en een lijkbezorger.

Daarmee blijkt ook direct het probleem met de vermeldingen van Trijntje in de kranten. Duidelijk is dat ze in 1877 is veroordeeld wegens kerkdiefstal, in 1888 wegens oplichting, in 1892 wegens mishandeling en in 1893 wegens diefstal. In totaal zat ze daarvoor twee en een half jaar in de gevangenis of in voorarrest, inbegrepen een korte onderbreking in een psychiatrische inrichting in Medemblik. Onduidelijk is echter in hoeverre er bij al de krantenartikelen van een soort van mythevorming rondom Trijntje sprake is. Ze was, doordat ze zichzelf had uitgeroepen tot freule en baronesse, een bekende Nederlander geworden. Alle “nieuwtjes” rondom haar persoon werden dan ook met alle graagte vermeld. Of dat altijd de waarheid is geweest valt te bezien. Een beetje mistig is het hier en daar zeker, de verhalen en tijdstippen in de verschillende kranten zijn niet altijd eenduidig.

De enige manier om haar beeld helemaal scherp te krijgen is het nog eens uitpluizen van de rechtbankstukken die bewaard zijn gebleven. Dat hoop ik ooit nog te kunnen doen. Wie weet, misschien kan ik dan een definitief eind breien aan de levensbeschrijving deze Trijntje de Jong, geboren in 1851 in Ureterp als “dubbeltje”, wonend in Ureterp en Zuiderdrachten maar zeer bereisd in Europa, overleden in 1895 in Rotterdam zonder cent, maar vooral omringd met een aureool van miljoenen.

Een paar kranten vermeldden als epiloog: “Sic transit gloria mundi” ofwel “Zo vergaat de wereldse grootsheid; zo vergaat ’s werelds roem”

, , , , , , , ,

%d bloggers op de volgende wijze: