Tweede miljoenen-juffrouw (1)

Het spreekwoord zegt dat als je voor een dubbeltje geboren wordt je nooit een kwartje wordt. Dat zou ook moeten gelden voor Trijntje de Jong, die in 1851 in Ureterp werd geboren. Haar vader Engbert was arbeider en kinderen van arbeiders waren voorbestemd om ook arbeider / arbeidster te worden. Maar Trijntje had andere bedoelingen.

Trijntje zal, na haar schooltijd, op ongeveer 12-jarige leeftijd als dienstmeid zijn besteed bij een boer of elders. Pas in 1877 horen opnieuw iets van haar. Ze was op 30 december 1876 als dienstmeid in dienst getreden bij dominee Jacobus Meijer, de predikant van de Christelijke Gereformeerde gemeente te Marum. Ze ging, zoals het de dienstmeid van een dominee betaamt, de volgende dag naar de Oudejaarsdienst. Maar de daarop volgende nacht al ging Trijntje in de fout. In de nacht van 1 januari 1877 stal ze een houten kistje dat toebehoorde aan de kerkelijke gemeente van Marum, waarin geld van die gemeente werd bewaard. Ze brak het kistje met geweld open en nam daaruit het geld weg, ongeveer 30 à 40 gulden, in hoofdzaak kopergeld. Ze verstopte het geld in haar bedstee in de woning van de predikant. Maar ze werd gesnapt en stond op 3 mei 1877 voor de rechter.

Trijntje werd veroordeeld tot één jaar correctionele gevangenisstraf. Die zat ze uit in ’s Hertogenbosch. Daar stond ze ingeschreven als Treintje de Jong en haar precieze geboortedatum staat in het gevangenisregister vermeld. In dat register staat ook dat ze op 3 mei 1878 werd vrijgelaten, met de aantekening “Drachten” . Daarheen waren haar ouders vanuit Ureterp verhuisd, naar Zuiderdrachten om precies te zijn.

Op 2 januari 1880 vertrok Trijntje vanuit Drachten naar Groningen. Op 21 oktober 1888 werd ze ambtshalve opnieuw ingeschreven in het bevolkingsregister van Zuiderdrachten, ze kwam daarbij uit Appingedam. Daarna verhuisde ze op 13 mei 1889 binnen Zuiderdrachten. Op 17 oktober 1892 vertrok ze naar Amsterdam, waar ze ook in het bevolkingsregister werd ingeschreven. Vervolgens verdwijnt Trijntje in de officiële papieren uit beeld. Trijntje had haar straf uitgezeten en zou verder kunnen worden vergeten. Ze overleed in 1895, 43 jaar oud.

Maar het liet totaal anders. Trijntje had na haar ontslag uit de gevangenschap niet stil gezeten. Door haar bezigheden was ze een bekende Nederlander geworden. In die tijd kende men nog geen boulevardpers in Nederland, maar er werd wel geroddeld en gegniffeld in de kranten. Bekende Nederlanders werden regelmatig vermeld. Zo ook Trijntje, over haar werd zoveel geschreven dat het lijkt alsof er mythe rondom haar werd opgetrokken. Er verschenen ook een aantal klok-klepel-verhalen. Trijntje werd vanaf 1887 bijna altijd vermeld met de toevoeging “de tweede miljoenen-juffrouw”. Trijntje lijkt meer te zijn geworden dat een dubbeltje, meer dan een kwartje of zelfs meer dan een gulden. Er was sprake van miljoenen.

dubbeltje - kwartje - gulden

dubbeltje – kwartje – gulden

Dat lijkt veelbelovend, maar helaas, de toevoeging had een nare bijsmaak.

Daarover meer in een volgend blog, klik hier.

, , , , , , ,

%d bloggers op de volgende wijze: