Annigje Geerts Geele alias Wever

Siebe Rinkes Bok uit Rotsterhaule trouwde op 22 mei 1825 in Schoterland met Annigje Geerts Weever. Siebe was toen weduwnaar van Geesje Wiegers Smit, die volgens zijn verklaring onder ede afgelegd al twintig jaar geleden was overleden. Samen met Geesje kreeg hij zes kinderen waarvan er vijf volwassen werden. Die kinderen laat ik verder in dit artikel verder onbesproken. Annigje Geerts Geele komt ook voor in de archieven als Annigje Geerts Weever of Wever. In een aantal aktes wordt later aangegeven dat de achternaam Geele een abuis is, het moest Wever zijn. Op zich gezien is dat verwonderlijk want in 1746 werd in Wanneperveen al de achternaam Geele of Gele binnen de familie gebruikt. Ook in 1811 bij de naamsaanneming bleef die achternaam gehandhaafd.

Siebe en zijn aanstaande bruid Annigje waren al lang voor 1825 “over de puthaak” getrouwd. Rond 1805/1806 was uit hun relatie een kind geboren dat in 1811 overleed, zes jaar oud. Maar hun huwelijk werd pas in 1825 officieel ingeschreven. Ze lieten daarbij aantekenen dat uit hun relatie zes kinderen waren geboren, drie voor het jaar 1811, waarvan de namen in de huwelijksakte niet worden vermeld en verder een zoon Siebe in het jaar 1814, een zoon Haaije in het jaar 1816 en een dochter Lijsbeth in het jaar 1819. De in eerste instantie niet genoemde kinderen blijken later Geert (geb. 1808), Klaas (geb. 1809) en Anne (geb. 1811) te zijn. De kinderen van Siebe en Geertje werden allemaal gedoopt maar de kinderen van Siebe en Annigje niet. Dat zal verband houden met het feit dat ze niet officieel waren getrouwd.

Drie zonen uit de relatie van Siebe en Annigje traden in militaire dienst. Geert en Anne namen deel aan de Tiendaagse veldtocht in 1831 in België. Zoon Siebe was nog maar 17 jaar toen hij in 1832 in de garnizoensziekenzaal in de stad Groningen overleed. Geert overleed in 1834 in het militair hospitaal in Eindhoven. In de index van naamsaanneming op de website van Tresoar betreffende Schoterland in 1811 staat hij vermeld met de naam Geertroud, oud 4 jaar. In de acte zelf staat echter “Geert oud vier jaar”. Als Geertroud kom je hem tegen in allerlei genealogieën op internet. Het was zeker teveel moeite om even in de originele akte te kijken.

De ambtenaar van de burgerlijke stand noteerde in 1825 in de huwelijksakte van Siebe en Annigje dat hij “de aanstaande echtgenoten had afgevraagd of zij elkander wederkerig tot man en vrouw wilden nemen waarop door elk derzelven afzonderlijk een toestemmend antwoord” werd gegeven. Gelet op het vervolg van dit artikel zal de ambtenaar hierbij ruimhartig hebben gehandeld. Toen Siebe in het jaar 1827 in Haskerhorne overleed moest er een memorie van successie worden opgesteld. Daarin staan de namen van de kinderen vermeld, maar ook dat zijn weduwe Annigje Geerts Geele doofstom was. Op dat moment was nog geen van de kinderen uit het tweede huwelijk getrouwd.

Toen dat wel gebeurde was vader Siebe dus al overleden en moesten de kinderen in dat geval toestemming hebben van moeder en voogdes Annigje om te kunnen trouwen. Zoon Anne, terug uit militaire dienst, trouwde als eerste in 1836 in Wymbritseradeel met Antje van der Leij (Lei). Anne moest aantonen dat zijn moeder toestemming voor het huwelijk gaf, maar Annigje Wever kon dat niet, ze was immers doofstom. Daarom leverde hij een verklaring in van doctor F. Bening in Heerenveen “dat de persoon van Annigje Geerts Geele in Tialbird (Tjalleberd) in eenen grond stom en doof is dat zij daardoor verhindert word haare gedachten verstaanbaar aan andere meede te delen”. Mede door deze verklaring kon er toch getrouwd worden.

Daarna trouwde zoon Klaas in 1838 in Tiel met Sophia Johanna Wijberg. Klaas leverde een verklaring van vier getuigen in die aangaven dat moeder Annigje, wonende in Uitwellingerga “van haare geboorte aan stom en doof zijnde en niet geleerd hebbende te schrijven, geheel onbekwaam is op eenige wijze aan haar zoon (Klaas) de toestemming te kunnen geven tot de voltrekking van het huwelijk”. De verklaring werd geaccepteerd en het huwelijk kon worden voltrokken.

In 1843 trouwde in Wymbritseradeel dochter Lijsbeth met Douwe Remery. De genees- heel- en vroedmeester P. Risselada uit Sneek visiteerde toen Annigje en hij verklaarde dat Annigje laborerend (lijdend) was “aan doofheid en sprakeloosheid en daardoor in de onmogelijkheid om hare toestemming tot het huwelijk welk haar dochter voornemens is aan te gaan uit te spreken.” Met deze verklaring in het dossier werd ook dit huwelijk voltrokken.

Maar dan komt zoon Haaije. Hij wilde in 1845 in Hennaarderadeel trouwen met Antje Koopmans. Haaije leverde ook een verklaring in van dokter Pieter Risselada uit Sneek. Opnieuw verklaarde de dokter dat Annigje was laboreerdende aan doofstomheid en deze keer voegde hij er in de marge “en kranksinnigheid” aan toe. Echter, deze ambtenaar van de burgerlijke stand weigerde het huwelijk te voltrekken. Deze ambtenaar vond dat de verklaring van dokter Risselada over moeder Annigjes toestand niet kon dienen als vervangend wettig bewijsmiddel voor toestemming.

Haaije en Antje mochten dus niet trouwen in Hennaarderadeel. Maar Haaije liet het er niet bij zitten. Hij maakte er een rechtzaak van, die diende in Sneek. Eerst verklaarde hij dat zijn moeder niet onder curatele stond. Verder verwees Haaije naar de huwelijken van zijn broer en zuster in 1836 en 1843 in Wymbritseradeel, waarbij een dergelijke verklaring voldoende was. Hij verwees ook naar bladzijde 248 en 249 van het Handboek voor den Ambtenaar van den Burgerlijke stand, geschreven door de heer C.E. Vaillant.

Handboek ambtenaar BS door C.E. Vaillant

Handboek ambtenaar BS door C.E. Vaillant

Op grond van artikel 129 van het Burgerlijk wetboek verzocht hij de rechtbank een uitspraak te doen over de handelswijze van de ambtenaar in Hennaarderadeel en te oordelen dat de verklaring wel een “genoegzaam bewijsstuk” was. In 1830 was dit nog artikel 131 BW.

Burgerlijk Wetboek artikel 129

Burgerlijk Wetboek artikel 129

De rechtbank gaf Haaije gelijk betreffende de doktersverklaring, maar hij moest wel de kosten van het proces betalen. De rechtbank sprak over een persoonlijk gevoelen van de ambtenaar bij de weigering, hoewel de rechtbank dat gevoelen niet deelde. De weigering op zich was niet onwettig, een ambtenaar mocht weigeren als hij de overtuiging had dat er iets niet in de haak was. Verder autoriseerde de rechtbank de ambtenaar om de verklaring van Risselada als genoegzaam te beschouwen en het huwelijk te voltrekken. De in de marge ingevoegde woorden betreffende “krankzinnigheid” van Annigje Geerts Wever werden meegenomen in de overwegingen van de rechtbank. Mede daardoor werd zij geacht onmogelijk haar wil te kunnen verklaren. Het was misschien toch wel handig van Risselada dat er nog even bij te schrijven in zijn verklaring en het zal waarschijnlijk meer een juridische dan een medische lading hebben gehad. Haaije begon zijn huwelijk met een schuld door de proceskosten.

overlijdensadvertenties Haaije Bok

overlijdensadvertenties Haaije Bok

Moeder Annigje zal wel aan de gezichten van de betrokkenen hebben gezien dat er iets niet in orde was. Het moet een ingewikkeld leven zijn geweest voor haar, zeker in die tijd. Naar school gaan kon ze niet. Er was geen goede gebarentaal, de hulpmiddelen waren miniem, zeker in dorpen in de arme veengebieden. Toch heeft ze aan zeven kinderen het leven geschonken en zes volwassen zien worden. Hoe men aan haar heeft duidelijk gemaakt dat zoon Geert in Eindhoven was overleden en zoon Siebe in Groningen, het is niet bekend. De familie zal z’n eigen gebarentaal hebben ontwikkeld. Annigje zal ook vreugde bij de geboorte en het opgroeien van kleinkinderen hebben gekend. Wellicht heeft ze ook genoten van de huwelijken van haar kinderen. Ook al moest er steeds maar weer bewezen worden dat ze doofstom was. Annigje overleed in 1849 in Sneek, 72 jaar oud.

, , , , , , , , , , , , , ,

%d bloggers op de volgende wijze: