Beroepbrief

Als vervolg op het vorige artikel waaruit blijkt dat er vroeger toch wel het één en ander geregeld was op het gebied van onderwijs volgt hieronder een “beroepbrief” voor een schoolmeester uit het jaar 1767. Het betreft het reglement dat was opgesteld voor de schoolmeester van Ureterp. Deze “beroepbrief” is door het vroegere schoolhoofd, Eelke Allershof, aan de vergetelheid ontrukt door een afschrift op te sturen naar Het Nieuwsblad van Friesland (de Hepkema). De akte werd gepubliceerd in die krant op 20 mei 1905 als ingezonden artikel.

De inhoud van de “beroepbrief” was als volgt (taal gemoderniseerd):

Door de gecommitteerden van Ureterp werd met instemming van de grietman (=burgemeester) van Opsterland het volgende reglement opgesteld waaraan de schoolmeester en zijn toekomstige opvolger zich moest houden.

beroepbrief schoolmeester Ureterp (niet origineel)

  1. Van 1 november tot 1 maart moet er les worden gegeven van 09:00 – 13:00 uur en van 14:00 – 16:00 uur.
    Van 1 maart tot 12 april van 08:00 – 10:00, 11:00 – 13:00 en 14:00 – 16:00 uur.
    Van elke leerling die in die periode naar school gaat ontvangt de schoolmeester 8 stuivers behalve van de kinderen waarvan de ouders gealimenteerd zijn (worden onderhouden). Deze gealimenteerde ouders zijn vrij van het betalen van schoolgeld.
  2. Van 12 april tot 1 juli moet er eveneens les worden gegeven. Daarvoor ontvangt de schoolmeester van iedere leerling die naar school gaat wekelijks een stuiver.
  3. Het is toegestaan dat de schoolmeester van 1 juli tot 1 september geen les geeft, dit wordt echter aan het eigen goeddunken van de meester overgelaten.
  4. De schoolmeester moet eveneens les geven van 1 september tot 1 november van 08:00 – 10:00, van 11:00 – 13:00 en van 14:00 – 16:00 uur. Het lesgeld is in die periode voor elke leerling een stuiver per week.
  5. De schoolmeester moet avondschool houden tussen 17:30 en 19:30 uur en dan les geven in rekenen, schrijven, lezen en zingen. Iedere leerling betaalt daarvoor  8 penningen voor elke les(dag). Verder moeten de leerlingen hun eigen vuur en licht meenemen tussen 12 november en 1 maart.
  6. De schoolmeester is verplicht om de grote klok om 04:00, 08:00, 14:00 en 20:00 uur te luiden. Daarvoor zullen de kerkvoogden aan hem een goede zonnewijzer ter beschikking stellen.
  7. Als er in Ureterp wordt gepreekt moet de schoolmeester op de avond daarvoor, een uur voor zonsondergang, de beide klokken luiden en ’s zondags om 07:00 en 08:00 uur en ook als het kerkvolk onderweg is naar de kerk.
    Als er in Siegerswoude wordt gepreekt moet de schoolmeester alleen de grote klok luiden op de avond daarvoor, een uur voor zonsondergang, en op zondag als het kerkvolk daar onderweg is naar de kerk.
  8. De schoolmeester moet het smeer (vet) om de klokken te smeren uit eigen zak betalen.

De schoolmeester ontvangt voor zijn diensten jaarlijks vijftig caroligulden van de kerkvoogden van Ureterp met daarbij een vrije woning. Verder ontvangt hij van de huisgezinnen (bewoners/huurders) van iedere zate of plaats een vandel (=vierendeel mud) rogge. Daarnaast nog zo’n vandel rogge van de molenaar. Van de kerkeplaats (boerderij waarvan de huuropbrengst voor de kerk was) ontvangt hij echter slechts een half vandel rogge.
Van de overige huisgezinnen een bedrag dat is vastgesteld door de gecommitteerden. Dat bedrag zal aan de schoolmeester bekend worden gemaakt zodat het per gezin kan worden ingevorderd. Als de (gezamenlijke) opbrengst minder is dan 10 caroligulden moeten de kerkvoogden het bedrag verplicht aanvullen tot die 10 caroligulden. Is de opbrengst echter meer dan 10 caroligulden dan hoeft de schoolmeester het meerdere van 10 gulden niet af te dragen.

Dit reglement en de voorwaarden moeten stipt en zonder tegenspraak door de schoolmeester worden opgevolgd. Daartegenover stellen de gecommitteerden de vrije schoolwoning ter beschikking en ze keren de beloning uit.
Getekend door de grietman en de gecommitteerden te Beetsterzwaag op 15 februari 1767.

lei

De schoolmeester was eigenlijk in dienst van het dorp, hij gaf les maar moest ook de klokken op het kerkhof luiden op gezette tijden en ze ook nog eens smeren. De schoolmeester op dat moment was Lieuwe Eeuwes. Dat was hij al sinds 1741 en misschien staat daarom de term “opvolger” in de tekst. Uit de kerkvoogdijrekeningen blijkt dat een schoolmeester naast het lesgeven en het klokluiden ook als voorzanger in de kerk dienst deed en ook nog eens kosterswerkzaamheden verrichtte. Hij bekleedde dus een veelomvattende functie.

Het opstellen van deze beroepbrief voor de schoolmeester vond plaats in de periode dat de kerkvoogdij van Ureterp behoorlijk actief was. In het jaar 1766 bestelden een aantal gecommitteerden twee nieuwe luidklokken voor Ureterp. Deze gecommitteerden waren Hinne Jeens, Eedsge Rinses, Jan Everts, Gosse Libbes, Liekele Andries en Thijs Lenses. Ook werd er in 1766 een nieuwe klokkenstoel gebouwd. Waarschijnlijk heeft het plaatsen van die nieuwe klokken er toe geleid dat er een ook nieuw reglement moest worden opgesteld. Het luiden van de klokken en dergelijke staat expliciet vermeld in het reglement. In elk geval heeft Lieuwe goed z’n best gedaan met luiden want al op 21 augustus 1771 werd een nieuwe klok in gebruik genomen en ingeluid. Deze nieuwe kwam in plaats van een andere (uit 1766), die was kapot was gegaan tijdens het luiden.

Verder kochten de kerkvoogden per 12 mei 1767 het huis met schuur en tuin dat direct oostelijk van de kerk stond aan. Verkoopster voor de helft was Antje Libbes, de weduwe van Jeen Hinnes. De andere helft kwam van de kinderen van Jeen Hinnes, zijnde de minderjarige Sjoukje, Wipkje, Libbe en Tjitske Jeens en de meerderjarige Hinne Jeens.

Dat dit de aankoop van de (vrije) woning voor de schoolmeester was blijkt uit de kerkvoogdijrekening van 3 november 1806 waarin bij de brieven en instrumenten van de patroon onder anderen wordt beschreven een koopbrief gedateerd 21 mei 1767 van een “huisinge met vrije plaats, hovinge, cum annexis staande en gelegen te Ureterp ten oosten van het kerkhof, zijnde de schoolmeesters vrije woninge.”
In de kerkvoogdijrekening van 1811 wordt deze koopbrief vermeld als betreffende de aankoop van de “kosterij”. In 1824 werd dit huis nog steeds vermeld als bezit van de kerk, de bewoner is dan de schoolmeester H.A. Weersinga.

, , , , , , , , , , , , , ,

  1. #1 door Jan K. alias Afanja op 15/10/2012 - 21:34

    Als ik zo lees wat de meester allemaal moest doen, inclusief het veelvuldig luiden van de klok, dan wekt dat niet de indruk dat hij toen al tot de notabelen van het dorp behoorde. Ik vraag me trouwens wel af hoe meester de tijd bijhield op bewolkte en donkere dagen …
    Maar al met al is het weer een mooi en lezenswaardig verhaal.

  2. #2 door Rob Alberts op 25/10/2012 - 23:17

    Nu klagen over te grote werkdruk met deze informatie krijgt een heel andere betekenis.
    Ik geniet nog even van mijn herfstvakantie.
    Vriendelijke groet

%d bloggers op de volgende wijze: