Schoolorde

Het op regel houden van het onderwijs, van een school is momenteel niet eenvoudig. De regeldruk vanuit Den Haag is hoog, zaken worden soms tot in detail voorgeschreven, de onderwijsinspectie maakt regelmatig een beoordeling. Het is allemaal niet niks.

leesplankje aap-noot-mies

Op 3 april 1806 werd de Wet voor het Lager Schoolwezen en Onderwijs in de Bataafse Republiek vastgesteld. Zonder de lezer verder met allerlei wetteksten te vermoeien wil ik toch één artikel uit die wet laten zien:

Artikel 13:

Niemand zal binnen de Bataafse Republiek enig lager onderwijs geven, tenzij die persoon over de volgende vier kwalificaties beschikt:

  1. Hij moet zijn goed burgerlijk en zedelijk gedrag door één of meerdere getuigschriften kunnen aantonen.
  2. Hij moet een verzoek hebben ingediend voor de algemene toelating tot het geven van onderwijs (en gekregen).
  3. Hij moet behalve die algemene toelating speciaal door een school in een bepaalde plaats zijn “beroepen”, zijn aangesteld of zijn toegelaten.
  4. Met de bewijsstukken van die speciale beroeping, aanstelling of toelating moet hij zich bij de schoolopziener van het district of bij de plaatselijke schoolcommissie in persoon of schriftelijk hebben gemeld.

Daarna volgt nog een uitzonderingsbepaling voor huisonderwijzers, leerkrachten die aan de kinderen in een particulier huis les gaven.

Ook op 3 april 1806 stelde de secretaris van staat voor Binnenlandse zaken de ALGEMENE SCHOOLORDE voor de LAGERE SCHOLEN binnen de BATAAFSCHE REPUBLIEK vast (volgens artikel 21 van de wet). De inhoud was als volgt, taal gemoderniseerd:

1

Er moet zoveel mogelijk het gehele jaar door school worden gehouden, behalve in de vastgestelde vakantietijd.

2

De onderwijzer moet gedurende de gehele lestijd, van begin tot einde, in het schoolgebouw aanwezig zijn, hij mag zich uitsluitend bezig houden met onderwijzen en verder mag hij zich zonder noodzaak niet buiten het schoolgebouw begeven.

3

De onderwijzer zorgt ervoor dat de scholieren niet onnodig naar buiten gaan en zich gedurende de gehele lestijd stil en aandachtig gedragen, alsmede dat de scholieren zich ook op de straat en de weg steeds vreedzaam, zedig en beleefd gedragen.

4

Als er meer dan zeventig scholieren naar een school gaan moet zo mogelijk een ondermeester of een tweede onderwijzer worden benoemd.

5

Zoveel mogelijk zullen slechts op vastgestelde data in het jaar nieuwe leerlingen worden toegelaten.

6

De lestijd moet, wekelijks of dagelijks, met een kort en gepast Christelijk gebed, op eerbiedige wijze, geopend en gesloten worden. Daarbij moet ook een toepasselijk lied worden gezongen.

7

De leerlingen moeten worden verdeeld in drie klassen, welke afgezonderd van elkaar zijn en aan elke klas moet binnen elke lestijd les worden gegeven.

8

De leerlingen van dezelfde klas moeten steeds gezamenlijk les krijgen. Daarbij moet er voor worden gezorgd dat de andere klassen dan hun eigen bezigheden hebben.

9

De verschillende klassen worden, elk op hun tijd, zoveel mogelijk op een bord onderwezen.

10

De onderwijzer zal, als hij dit gepast vindt, de meest gevorderde leerlingen belonen door aan hen op te dragen de minst gevorderde leerlingen enig onderricht te geven.

11

De onderwijzer ziet er op toe dat de kinderen zindelijk en altijd goed gewassen en gereinigd naar school komen. De onderwijzer draagt daarin de meeste zorg voor de gezondheid van de scholieren.

12

De schoolvertrekken moeten altijd rein en zindelijk zijn en daartoe tussen de schooltijden worden gelucht en verder wekelijks tweemaal worden schoongemaakt.

13

Op elke school zal minstens één keer per jaar een examen worden afgenomen waarna de kinderen van de ene klas naar de andere zullen worden bevorderd. Ook zullen, waar de omstandigheden dit toelaten, aan leerlingen die uitmunten in vlijt en gedrag, prijsjes worden uitgedeeld.

14

Aan leerlingen die de school verlaten, die zich goed hebben gedragen en goede vorderingen hebben gemaakt, moet een getuigschrift worden uitgereikt.

15

Voor iedere school moet een eigen schoolorde worden opgesteld, welk reglement, gedrukt of handgeschreven, op bordpapier moet worden geplakt en in de school opgehangen. De onderwijzer moet bij gepaste gelegenheden dit reglement aan de schooljeugd voorlezen en uitleggen.

16

De bovengenoemde voorschriften moeten in een bijzonder schoolreglement worden vastgelegd, samen met de vakantieperiodes en de gewone lestijden en ook samen met de indeling van de voor het onderwijs geschikte periodes.

Op 23 mei 1806 werd dit reglement voor de SCHOOLORDE in Den Haag gepubliceerd.

Daarna stelde het Departement Friesland een nog uitvoeriger schoolverordening op. Ook daarmee ga ik de lezer niet vermoeien, behalve met één opvallende bepaling, artikel 13c:

Vrouwen-schooltjes, waar onderwijs in het spellen en lezen wordt gegeven mogen niet eerder worden opgericht dan na een gunstig advies van de schoolopziener of plaatselijke schoolcommissie. De plaatselijke overheden wordt aanbevolen er zorgvuldig op toe te zien dat het aantal van deze schooltjes niet ongebreideld toe zal nemen. Die overheden moeten er wel voor zorgen dat deze schooltjes “allerwege voorhanden” zijn, geschikt om zeer kleine kinderen op te nemen en daardoor de gewone scholen ontlastende. Bovendien moet het aantal leerlingen, hun aantal jaren op dit type school en hun “lespakket” na advies van de schoolopziener of schoolcommissie worden vastgesteld.

Het blijkt maar weer, ook vroeger was er wel het één en ander geregeld.

Het meest opvallend vond ik:

  1. Dat de onderwijzer de gehele dag bezig moest zijn met lesgeven en nergens anders mee. Vergaderen, dat deden ze vroeger niet, ’t was ook moeilijk om in je eentje te vergaderen.
  2. Verder kon er pas bij zeventig of meer leerlingen een tweede leerkracht worden aangesteld. Kom daar nu nog eens om !
  3. De leerlingen moest fris gewassen op school komen, dat zal wel heel wat voeten in de aarde hebben gehad en het is waarschijnlijk het meest genegeerde artikel uit deze schoolorde.

Niet alles is intussen, 200 jaar later, achterhaald, voor zover ik weet worden er ook nu nog getuigschriften uitgereikt bij het verlaten van de lagere school, beter gezegd, ik heb er zelf ook nog eentje. ’t Is wel even geleden, dus niet meer helemaal actueel. Hieronder een ouder exemplaar, van een tante, gedateerd 1921.

getuigschrift Lager onderwijs

, , , , , ,

%d bloggers op de volgende wijze: