met opene deure voltrokken

Foekje Sweitzes was er vroeg bij. Ze was op 5 december 1792 in Ureterp geboren als dochter van Sweitze Thijsses (1760-1834) en Froukje Jochems (1770-1808). Sweitze droeg de achternaam Hazewindus of Hasewindes of alles wat daar op lijkt, een populaire naam bij schippers. Ergens onderweg met het schip van haar ouders ontmoette Foekje de schippersknecht Wiebe Haitzes (Bolsward 1790-1857 Bolsward). Later droeg Wiebe de achternaam Van Elst. Wiebe en Foekje trouwden op 9 juli 1809 in Ureterp. Wiebe was toen 19 jaar oud en Foekje was pas 16.

Het was maar druk met huwelijken in hun familie in dat jaar. Wiebes moeder Antje Lolkes Jorna was in april van dat jaar in Bolsward hertrouwd met Tjibbe IJsbrands (de Vries) en Foekjes vader Sweitse Thijsses trouwde een week na Foekje in dezelfde kerk in Ureterp met zijn tweede vrouw Joukje Harmens (Stuur). Het staat nergens beschreven maar Foekje zal na het overlijden van haar moeder in 1808 wel de huishouding en dergelijke aan boord bij vader Sweitse hebben beredderd. Door diens huwelijk met Joukje Harmens kon zijn huishouding na het huwelijk en vertrek van Foekje bijna naadloos doorgaan. Foekje had dus ondanks haar jeugdige leeftijd al ervaring in de huishouding en met schipperswerk toen ze met Wiebe trouwde. Wiebe en Foekje gingen samen verder op een eigen schip.

Voor zover ik heb kunnen nagaan kregen Wiebe van Elst en Foekje Hazewindus twee kinderen, een zoon Sweitze die overleed in 1813 in Enkhuizen, een jaar oud en een dochter Antje, die op 5 november 1813 in Enkhuizen werd geboren. Foekje was toen 20 jaar oud maar Wiebe noemde haar in de geboorteaangifte van dochter Antje als zijnde 23 jaar oud.

Dochter Antje van Elst trouwde op 31 juli 1845 in Beverwijk met Petrus Visser (Beverwijk 1817-1906 Velsen). Nauwelijks een maand voor deze datum had Antje het leven geschonken aan een zoon Wiebe en haar herstel verliep kennelijk moeizaam. In de huwelijksbijlagen is een verklaring gedateerd 28 juli opgenomen van de genees- en vroedsman Jan Franciscus Halder waarin staat dat Antje zich in zeer zwakke toestand bevond en niet in staat was om naar de trouwzaal te komen.

Daar was een oplossing voor, het huwelijk werd voltrokken in het huis van de vader van de bruid, Wiebe van Elst, die woonde op het adres Meerstraat 64 in Beverwijk. In het burgerlijk wetboek was de mogelijkheid opgenomen om in een bijzonder huis in dezelfde gemeente te trouwen als er een behoorlijk bewezen wettig beletsel was om in het gemeentehuis te trouwen en de reden in de huwelijksakte werd vermeld. Standaard moest volgens die wet het huwelijk in het openbaar in het huis der gemeente worden voltrokken. In dat gemeentehuis moesten vier mannelijke en meerderjarige getuigen aanwezig zijn en bij de uitzondering, in een bijzonder huis, moesten er zelfs zes getuigen aanwezig zijn.

Burgerlijk wetboek 1836 huwelijk

Burgerlijk wetboek 1836 huwelijk

Bij het trouwen in een particulier, privé huis was er echter een probleem: het huwelijk moest wel in het openbaar worden voltrokken. Daarvoor waren onder anderen die twee extra getuigen van belang, maar voor scherpslijpers zou dat misschien nog niet voldoende kunnen zijn. Echter, men had een creatieve oplossing: bij de voltrekking van zo’n huwelijk werden de deuren van dat particuliere huis open gezet.

Alle bijzondere elementen staan vermeld in de huwelijksakte van Petrus Visser en Antje van Elst: de bijzondere trouwlocatie, het bewezen wettig beletsel van de bruid, de “opene deure” en namen van maar liefst zes getuigen.

fragment huwelijksakte

fragment huwelijksakte

klik hier voor de complete trouwakte.

Nu, in 2015, staan nog steeds het “openbaar”, het “behoorlijk bewezen beletsel” en de zes getuigen in het Burgerlijk wetboek. Alleen de “open deure” heb ik als element niet direct terug kunnen vinden. Misschien is dat wel om de paparazzi tegen te houden. En intussen is het gemeentehuis niet meer de enige officiële trouwlocatie maar kunnen er ook andere locaties zijn aangewezen. Bovendien mogen de getuigen tegenwoordig ook vrouwelijk zijn.

, , , , , , , , , , , , , , , , ,

1 reactie

Vader van niet zijn kinderen

Soms dwaal ik tijdens een onderzoek behoorlijk af van het oorspronkelijke doel. Dat overkwam me bij Doed, de dochter van Anne Poppes en At Pieters uit Hindeloopen, waar ze op 27 mei 1815 werd geboren. Anne Poppes was stuurman op de grote vaart, maar overleed als dagloner in IJhorst. Hindeloopen ligt dan wel in Friesland maar de inwoners waren vaak georiënteerd op plaatsen “overzee”. Dat overkwam ook dochter Doed. Ze trouwde (of niet) met Lodewijk Mulder, die uit Wachtebeke in België kwam. Een huwelijk van die twee heb ik niet gevonden. Lodewijk wordt ook wel vermeldt met de voornaam Ludovicus en is misschien in 1802 geboren als Louis Jean, zoon van Jean Baptist de Mulder en Angelina Duijm (Duijn) uit Wachtebeke. Lodewijk was polderwerker en zijn gezin was min of meer een reizend gezelschap.

De kinderen van Lodewijk en Doed werden, voor zover ik kon nagaan, geboren in Ouddorp (ZH), Rijnsburg, Haarlemmerliede, Haarlem en Zuid-Schalkwijk. Overal waar werd “gepolderd” kon je Lodewijk en Doed terug vinden. Lodewijk overleed in 1854 in De Vennip. Doed komt onder verschillende namen voor in de archieven zoals Dorothea en Theodora Johanna en haar achternaam wordt vermeldt als Poppens of Popens. Het dichtst bij de oorspronkelijke naam komt “Doet Anne Poppes” als in 1845 dochter Catherina in Haarlem overlijdt.

Op 25 mei 1842 werd zoon Pieter Johannes Mulder geboren in Haarlemmerliede. Pieter Johannes, ook Petrus Johannes genoemd, trouwde in 1874 in Muiden met Lena Luijendijk, die in 1850 in Moerkapelle was geboren. Pieter was ook polderwerker en de kinderen van hem en Lena werden geboren in Naarden, Muiden, Haarlemmerliede en Hellendoorn. Zelf was hij dienstplichtig geweest in de gemeente Schiedam. Op een bepaald moment gaf Pieter er de brui aan en ging de hort op.

Dochter Alida trouwde in 1893 in Enschede met Bernardus Enkt. Alida legde samen met haar moeder Lena een verklaring af waarin staat dat hun vader en man op dat moment al meer dan 10 jaar afwezig was en al die tijd niets van zich had laten horen. Zijn beroep en woonplaats op dat moment waren bij echtgenote en dochter onbekend en daarom kon Pieter geen toestemming geven voor het huwelijk van Alida en Bernardus. Dat betekent dat Pieter al voor 1883 van de radar was geraakt.

Het vreemde is echter dat Pieter Johannes Mulder ook na 1883 nog steeds als vader opduikt in geboorteaangiften en dergelijke. Vrouw Lena Luijendijk schonk in 1887 in Zwolle het leven aan een dochter Helena Mulder. In de geboorteakte staat vermeld dat de vader afwezig was en dat beide ouders woonachtig waren in Sneek, wat niet kan want Pieter was al voor 1883 verdwenen. Lena kreeg in 1890, 1892 en 1894 nog meer kinderen, allen geboren in Enschede. In elk van die geboorteaktes staat vermeld dat het huidige beroep en woonplaats van “vader” Pieter onbekend zijn en dat hij daarom niet zelf aangifte kan doen.

afwezige Pieter Johannes Mulder

afwezige Pieter Johannes Mulder

Van Lena Luijendijk zijn er dus acht kinderen bekend waarvan bij de laatste vier Pieter Johannes Mulder alleen in naam vader is, steeds weer zijn bij de aangifte diens beroep en verblijfplaats onbekend.

In 1897 is er plotseling wel meer bekend. Als (echte) zoon Lodewijk Casper Hugo Mulder in dat jaar in Enschede trouwt moet opnieuw worden aangetoond waarom zijn vader geen toestemming voor het huwelijk kan geven. Dan komen er wel officiële papieren op tafel. Het blijkt dat vader Pieter Johannes Mulder op 10 juni 1895 in Grand Rapids, Michigan was overleden en daar begraven door William Koch op het Mount Calvary Cemetery, de Rooms-Katholieke begraafplaats. Verder blijkt dat Pieter ook in Grand Rapids arbeider “labourer” was en overleed aan waterzucht als gevolg van hartzwakte, veroorzaakt door “over work and exposure”. Hij was al een jaar ziek geweest en overleden in de Veto Street op nr. 196.

overlijden Pieter Johannes Mulder

overlijden Pieter Johannes Mulder

Die officiële papieren uit Amerika komen steeds weer voor het voetlicht bij de huwelijken van zowel de echte als de toegeschoven kinderen. Ook als Lena Luijendijk in 1897 hertrouwt in Enschede met Johannes Baptist de Moor doen deze papieren hun dienst. Johannes Baptist de Moor was een zoon van Josephus Ludovicus de Moor. Eén van de toegeschoven zonen van Pieter Johannes Mulder heet ook Josephus en de naam van de tweede schoonvader van Lena zou een aanwijzing kunnen zijn voor de werkelijke vader, maar dat is niet meer dan speculeren.

certificaat consulaat

certificaat consulaat

Hoewel er in allerlei geboorteaktes na 1883 steeds wordt vermeld dat het beroep en de woonplaats van Pieter onbekend zijn vraag ik me af of dat wel juist is. Want op 9 maart 1889 arriveerde op Ellis Island vanuit Nederland Rijk van Hoeven met zijn echtgenote en hun jongste kinderen. Die echtgenote was Barbara Poppes Mulder, welke op 5 mei 1840 in Rijnsburg was geboren als dochter van (jawel) Lodewijk Mulder en Dorothea Joanna (=Doed) Popens. Barbara Poppes Mulder was dus een zuster van Pieter Johannes Mulder. Rijk van Hoeven en Barbara Poppes Mulder woonden ook in Grand Rapids en zijn op dezelfde begraafplaats, Mount Calvary, begraven, klik hier, waar Pieter ook zijn laatste rustplaats vond.

Op enig moment zal er dan ook wel een briefje over de oceaan zijn gestuurd met de mededeling dat men Pieter had terug gevonden. Dat kan al in 1889 zijn geweest. De mededeling dat de woonplaats van Pieter bij de geboorte van de kinderen van Lena Luijendijk in 1890, 1892 en 1894 onbekend was zou wel eens een leugentje om bestwil kunnen zijn. Maar wie weet heeft Pieter eerst ergens anders in de USA rond gezworven en is pas later in Grand Rapids aangekomen.

Indien het zo is dat Pieter zijn zwager en zuster Rijk en Barbara al in 1889 en daarna in Grand Rapids heeft ontmoet dan zal hij waarschijnlijk ook wel hebben geweten dat hij te boek stond als vader van kinderen waarvan hij de vader niet was. Daar kun je ook een hartkwaal van krijgen.

, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

1 reactie

Voetwassing

Het is ook altijd wat daar in Dokkum. De laatste dagen is hier in het regionale nieuws dat in Dokkum een kerststal is geplunderd. Het kind is uit de kribbe geroofd. Dat geeft enige ophef, dat zal wel duidelijk zijn.

Ophef kent Dokkum toch wel. Op 5 juni 754 werd Bonifatius, samen met 52 metgezellen, in (de buurt van) Dokkum vermoord. Het leidde tot een Bonifatius-verering. In eerste instantie maakte  een zoetwaterbron in het centrum van de stad (de Markt) daarvan onderdeel uit. Later, in de 19e eeuw, werd een bron in een weiland buiten de poorten van de stad aangewezen als wonderbron. Dit was de zogenaamde Brouwersbron, waaruit de brouwers van de stad het water voor hun brouwsels haalden. Ook deze nieuwe bron kreeg landelijke bekendheid.

Bonifatiusbron in Dokkum (ca. 1935)

Bonifatiusbron in Dokkum (ca. 1935)

Het gebruik van de bron leidde zelfs een keer tot een soort van vrouwenoproer. Hieronder een artikel dat in het Nieuws van den dag van 24 juni 1879 is opgenomen.

“De in den laatsten tijd veelbesproken Bonifacius fontein, te Dockum, was verleden week de plaats van een klein, hoofdzakelijk vrouwenoproer. De oorzaak daarvan was dat een geloovig Katholiek uit de provincie Groningen, ten einde genezing te zoeken, zijne voeten in de bron zelve ging wasschen. Dit stond eene menigte vrouwen, in de buurt dier bron wonende, volstrekt niet aan, daar een groot gedeelte dier buurt hoofdzakelijk dat water als drinkwater gebruikt. Men kan zich de gemoedsgesteldheid dier vrouwen, die zich als furiën op dien man wierpen, alsook den toestand van den vromen man voorstellen. Scheldwoorden geen gebrek, en ware er niet spoedig politiehulp komen opdagen, de verontwaardigde vrouwen waren zeker tot handtastelijkheden overgegaan. Gelukkig liep alles nog goed af, doch de lust om zijne voeten in de bron te wasschen zal den vromen man wel vergaan zijn.”

De Groninger had natuurlijk goede bedoelingen, maar de huisvrouwen zagen hun drinkwater sterk in kwaliteit achteruitgaan. De man had beter wat water in een teil kunnen scheppen om daarin zijn voeten te wassen. Dan waren er waarschijnlijk ook minder hoge woorden gevallen.

Maar goed, de politie heeft die rel gesust. Bij de bron is later een kapel geplaatst en ook nu nog is het een centrum voor bedevaart. Maar of er nog voetwassingen plaatsvinden, dat weet ik niet. Gelukkig is de drinkwatervoorziening voor huishoudens in bijna anderhalve eeuw ook aanzienlijk verbeterd.

Update: Intussen is het kribbekind terug gebracht, zij het wel in twee stukken.

, , , , , , , ,

Een reactie plaatsen

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.