Slappe jaaren

In de archieven uit de 18e eeuw tref je af en toe nog Latijn aan en later soms Frans. Het meeste is echter geschreven in het Nederlands, soms oud Nederlands, alles nog wel doorspekt met allerlei in het Latijn geschreven rechtsbegrippen. In de documenten uit Friesland kom je af en toe woorden tegen die je als frisisme kan herkennen. Dat zal in andere provincies ook wel zo zijn. Soms kom je ook woorden tegen in verklaringen die in het Fries een andere betekenis hebben dan in het Nederlands. Dat zorgt bij mij altijd voor een glimlach. Zo ook bij de volgende gebeurtenis.

Jeltje Michiels, 40 jaar oud, de echtgenote van Dirk Wiebes, huisman in Kortezwaag ging op maandagmorgen 8 juli 1793 met haar dienstmeisje Tjitske Egberts, 12 jaar oud, van huis om de zeven koeien die zij met haar man had te gaan melken. Van melkmachines was in die tijd nog geen sprake, de koeien werden met de hand gemolken. Al gauw merkten Jeltje en Tjitske dat er iets aan de hand was. Nadat de koeien waren gemolken hadden ze wel twaalf half- kannen melk minder dan normaal. Het kon niet anders, de koeien waren al gemolken. Dat was in die buurt al eens eerder gebeurd. Jeltje herinnerde zich dat dit bij Jan Kornelis, huisman in Kortezwaag, ook al twee keer was voorgekomen. Er gingen verhalen in het dorp dat Gosse Oenes, die in Jonkersland onder Kortezwaag woonde, hier wel eens wat meer van zou kunnen weten.

koekop02

Jeltje was niet bang uitgevallen en ze ging diezelfde morgen nog naar het huis van Gosse. Zowel Gosse als zijn vrouw waren niet thuis toen Jeltje daar aankwam. Wel was er een dochtertje in huis. Het kind wist natuurlijk van niets. Maar Jeltje zag een kist staan in de kamer en stootte daar min of meer toevallig maar eens tegen aan. Daarbij kwam er melk uit die kist. De vermoedens van Jeltje werden alleen maar groter en ze besloot getuigen te halen.

Ze trommelde Jetze Cornelis, 37 jaar oud, ijzersmid in Gorredijk, Wopke Jans, 31 jaar oud, linnenwever in Kortezwaag en Reitze Hendriks, 33 jaar oud, eveneens linnenwever in Kortezwaag op. Gezamenlijk gingen ze naar het huis van Gosse Oenes. IJzersmid Jetze brak de kist open waaruit melk was gekomen. In die kist stond een grote stenen pot waarin ongeveer vijf en een kwart half-kanne melk zat. Dat verbaasde iedereen, want Gosse Oenes en zijn vrouw hadden geen koemelkerij, hoe konden die dan aan zoveel melk komen ? De kordate Jeltje Michiels besloot die melk mee te nemen naar haar eigen huis, dat moest wel de melk zijn van haar eigen koeien.

Allen legden later een verklaring af voor het gerecht van de gemeente Opsterland waar Kortezwaag en Jonkersland toe behoren. Het dienstmeisje Tjitske Egberts was er niet bij toen Jeltje en de drie mannen in het huis van  Gosse Oenes de melk in de kist vonden. Tjitske werd wel gehoord door het gerecht, ze had die koeien mee gemolken. Toen ze ’s morgens vroeg met haar broodvrouw in het weiland aankwam had ze direct gezien dat de koeien daarvoor ook al uitgemolken waren. Volgens Tjitske hadden de koeien op het moment van aankomst “slappe jaaren”.

Voor een Fries is die uitdrukking meteen duidelijk, “slappe jaaren” is niet anders dan een rechtstreekse vertaling van het Fries naar het Nederlands. Een “jaar” in het Fries moet worden vertaald naar “uier”. Tjitske zag dus meteen dat de koeien al slappe uiers hadden. Vandaar mijn glimlach.

Gosse Oenes, noch zijn vrouw, werden gehoord over deze zaak. Het was ook wel erg brutaal van Jeltje om in andermans huis een kist te laten openbreken door mensen die daarvoor geen bevoegdheid hadden en het was nog brutaler om zomaar melk mee te nemen. Gosse Oenes werd later wel veroordeeld voor een diefstal, maar vier keer werd hij vrijgesproken van andere beschuldigingen, allemaal wegens gebrek aan bewijs. Als je eenmaal een slechte naam had ……

, , , , , , , , , , , , ,

1 reactie

Obbe Meints Visser en verder (2)

Dit is een vervolg op Obbe Meints Visser en verder (1), klik hier.

Obbe Meints Visser en Sophia Swerus kregen in totaal tien kinderen. Nadat ik in het vorige blad melding heb gemaakt van de oudste zoon Meint Obbes Visser nu bijzonderheden betreffende enkele van zijn andere kinderen.

____________

De tweede zoon Swerius (ook Zwerus) genaamd (1794-1860) trouwde twee keer. Hij werd scheepskapitein, net al z’n vader. In 1816 wordt hij vermeld als eigenaar van de tjalk Vrouwe Sophia. Dat schip was afkomstig van zijn vader die in 1814 nog als eigenaar wordt vermeld. Met dit schip bevoer Swerius de noordelijke Europese zeeën. Hij had zijn thuisbasis in Farmsum. Er zijn vermeldingen dat hij met dat schip in Hamburg, Harlingen, Amsterdam,  Antwerpen, Brielle, Lynn in Engeland, Dantzig en Noorwegen was. In 1827 raakte het schip lek, maar het kon worden gerepareerd. Ik moet zeggen, ze durfden wel om met zo’n kleine tjalk de Noordzee op te gaan. In 1828 werd Swerus schipper op het smakschip Anna Sophia. Alleen van zijn dochter Sophia Visser (1834-1905) is verder iets bekend. Ze trouwde met de schipper Harm Roelofs van Laarden (van Laten) en ze kregen acht kinderen. Harm van Laten was schipper op het kofschip Annechiena, welk schip echter in 1857 met een lading spoorijzer aan boord verongelukte tussen Boston, Lincolnshire, Engeland en Rotterdam op Haisborough Sand, dat is voor de oostkust van Engeland  [bron: marhisdata.nl]. Harm van Laarden (Laten) heeft de schipbreuk overleefd, hij overleed in 1904 in Foxhol. Een jaar later, in 1905, overleed zijn vrouw Sofia in Hoogezand.

_______________

De derde zoon Jan Obbes Visser werd ook schipper. Hij voer op het smakschip Henderika, dat in 1827 was gebouwd en ongetwijfeld naar zijn eerste vrouw Hendrikje Wold zal zijn genoemd.  Dit schip wordt vermeld in de havens van Terschelling, Texel, Amsterdam, Antwerpen,  Heiligenhafen, Koningsbergen, Bordeaux, Cardiff en Sunderland [bron: marhisdata.nl].  In begin september 1833 was Jan met zijn schip onderweg van Sunderland naar Amsterdam. Dan volgt een vermelding dat het schip bij North Somercotes is gestrand.

Aan boord was ook echtgenote Hendrikje Wold. Zij verdronk bij deze scheepsramp en werd op 3 september 1833 begraven op het kerkhof van St. Clemens, Saltfleetby in de county Lincoln, klik hier.

Dat bleek toen Jan Obbes Visser in 1836 in Delfzijl hertrouwde met Alida Meijer. In de huwelijksbijlagen is een verklaring uit het Engelse St. Clemens opgenomen waarin staat dat Henderika Geart Wolt Visser was “found drowned” en verder nog de aantekening “a dreadful gale 3 days”. Het schip Henderika was dus vergaan in een driedaagse zware storm. J.M. Phillips leidde de uitvaartdienst. De gegevens in de akte zijn dermate accuraat dat verwacht mag worden dat Jan Obbes Visser zelf ook bij de begrafenis aanwezig was.

begrafenis Hendrikje Wolt

begrafenis Hendrikje Wolt

Eind 1836 werd Jan Obbes Visser opnieuw in de kranten vermeld. Hij was verdronken in de Eems onder Borkum.

Jan Obbes Visser krantenartikel

Jan Obbes Visser krantenartikel Algemeen Handelsblad

Het artikel uit het Algemeen Handelsblad spreekt voor zich. De overlijdensakte van Jan geeft nog enkele aanvullingen: Jan is verdronken in de vischbalg onder het eiland Borcum beneden op de rivier de Eems. Verder staat in het krantenartikel dat Jan een hoogzwangere vrouw naliet. Op 25 februari 1837 beviel weduwe Alida Meijer van een doodgeboren zoon.

___________

Het vijfde kind van Obbe Meints Visser en Sophia Swerus was dochter Janna. Ze trouwde in 1823 in Veendam met Jan van Oost, die in 1802 in Oost-Indië was geboren en stelmaker in Veendam was. Dit lijkt niet bijzonder. Echter, Jan van Oost moest bij zijn huwelijk een geboortebewijs overleggen maar hij kon dat niet. Hij kende de namen van zijn ouders en grootouders niet. Koning Willem I kwam eraan te pas om een ontheffing te verlenen. Jan van Oost diende een verzoekschrift in om toch te mogen trouwen. Hij was geboren “onder de slaven en in zijne eerste kindschheid als slaaf uit zijn geboorteland weg gevoerd”.

slaaf Jan van Oost

slaaf Jan van Oost

In 1810 was Jan zeven jaar oud en toen herwaarts (naar Veendam) overgebracht. Willem I gaf toestemming voor het huwelijk. Wie precies Jan van Oost heeft meegenomen naar Veendam is niet duidelijk. Jan was maar een klein mannetje, hij werd diverse keren vrijgesteld van militaire dienst wegens “te klein”. Jan en Janna kregen acht kinderen. Opmerkelijk is dat hun oudste zoon, Pieters Jan van Oost, terugkeerde naar Oost-Indië waar hij in 1845 als militair in Buitenzorg overleed.

Jans dochter Sophia van Oost trouwde met Klaas Benus. Zij kregen maar liefst 15 kinderen. Op het eerste gezicht zou je het niet verwachten maar al deze Benus-kinderen in Nieuw Buinen en omgeving stammen af van de uit Oost-Indië afkomstige ex-slaaf Jan van Oost.

________

Van de overige kinderen van Obbe Meints Visser en Sophia Swerus werden alleen de dochters Jakobjen en Annegien volwassen. Jakobjen trouwde in 1825 in Amsterdam met de uit Veendam afkomstige schipper Jan Jans. Opvallend is dat in de overlijdensakte van Jakobjen in 1835 in Rotterdam haar moeder Sophia Swerus wordt vermeld met de achternaam Gramsberge. Dochter Annegien trouwde twee keer, in 1834 in Appingedam  met de timmerman Lodewijk Reeder en in 1858 met de gerechtsdienaar Gaike Jans van Polen.

, , , , , , , , , , , , , ,

Een reactie plaatsen

Obbe Meints Visser en verder (1)

Van sommige families kun je nauwelijks bijzonderheden in de archieven vinden, andere families lijken daarin te grossieren. Dat laatste lijkt het geval te zijn bij het nageslacht van Obbe Meints Visser (1761-1819) uit Veendam. Obbe trouwde daar in 1791 met zijn nicht Sophia Swerus (1771-1813). Sophia Swerus zou eigenlijk Sophia Assuerus moeten heten maar de Groningers korten alles zoveel mogelijk af, dus Assuerus werd Swerus. Obbe en Sophia kregen voor zover ik heb kunnen nagaan tien kinderen, allen geboren in Veendam tussen 1792 en 1813.

Obbe Meints Visser was scheepskapitein. Zijn vrouw staat echter als “landbouwersche” te boek en in 1805 werd er door het gerecht van het Oldambt onderzoek gedaan betreffende diefstal van turf uit het veen van Obbe in Veendam. Men was dus op meerdere fronten actief. In februari 1796 stond Obbe als vervanger op de lijst van kiezers die een representant voor de nationale conventie van de Bataafse republiek mochten kiezen voor de Veenkoloniën, afdeling Veendam.

Nadat Obbe in 1813 nog de geboorte van zijn zoon Jacob had aangegeven en nadat zijn vrouw vijf maanden later was overleden verdween hij van de radar. Dat blijkt uit gegevens in de trouwakte van zoon Meint in 1819. Daarin staat vermeld dat Obbe (in 1819) al zes jaar absent was. Obbe kon dus ook geen toestemming geven voor het huwelijk.  In juli 1814 werd Obbe nog vermeld als eigenaar van het schip “Vrouw Sophia” in Veendam. Dat was zo ongeveer het laatste wat van Obbe in de Nederlandse archieven te vinden is.

Obbe Meints Visser 6 jaar absent

Obbe Meints Visser 6 jaar absent

Later kwam er toch bericht over zijn verblijfplaats. In 1823 trouwden zoon Swerus en dochter Janna. Uit aktes opgemaakt rondom die beide huwelijken blijkt dat Obbe Meints Visser op 11 februari 1819 in het Oost-Pruisische Memel was overleden en daar op 14 februari op het “Reformierte Kirchhof” werd begraven. Klik hier voor meer informatie over deze kerk.

Obbe Meints Visser overleden Memel

Obbe Meints Visser overleden Memel

Memel heet nu Klaipéda en ligt door geschuif met grenzen in, tussen en na WOI & II nu in Litouwen. Uit (toen nog) Duitsland kwam zijn overlijdensbericht en er stond tevens in aangegeven dat Obbe zes kinderen naliet. Hoe men dat in Memel wist is niet duidelijk, Obbe heeft daar waarschijnlijk wel iets over losgelaten. Het is echter ook niet zeker dat hij in Memel woonde, als scheepskapitein kon hij zonder vaste woon- of verblijfplaats zijn. Obbe was overleden aan “narvenfieber”, zenuwkoorts (typhus of dysenterie). Omdat Sophia al in 1813 overleed en Obbe vanaf datzelfde jaar absent was bleven de kinderen in 1813 alleen achter.

De oudste zoon Meint Obbes Visser (1792-1829) vertrok naar Amsterdam waar hij in 1819 trouwde met Willempje Musegaars. Meint was volgens de trouwakte zeeman. Hij sneuvelde op 20 maart 1829 op het eiland Banka (Bangka) in Oost-Indië en was op dat moment tweede stuurman bij de koloniale marine.

overlijden Mein Obbes Visser

overlijden Mein Obbes Visser

Volgens een memorie van successie in Groningen was Meint overleden op 7 maart 1829. Zijn erfgenamen waren in gebreke gebleven opgave van de nalatenschap te doen. In de ambtshalve opgemaakte memorie werd alleen een zuster, de vrouw van Jan van Oost, als één van de erfgenamen genoemd. Het was de belastingheren in Groningen kennelijk ontgaan dat Meint was getrouwd en ook nog een zoon had. Deze zoon met de voor noordelingen wat vreemd klinkende naam Obbes Meint Visser was in 1821 in Amsterdam geboren. Een teken dat men in Amsterdam niet erg goed raad wist met patroniemen. Zijn leven lang werd hij steeds vermeld als Obbes Meint Visser en hij had zelf ook een zoon met de voornamen Obbes Meint (geb. 1859). Weduwe Willempje Musegaars hertrouwde in 1835 in Amsterdam met de kaarsenmaker Rikent Vedder.

overlijden Willempje Musegaars

overlijden Willempje Musegaars

Obbes Meint Visser (geb. 1821), zoon van Meint en Willempje, was ook kaarsenmaker en later winkelier en trouwde twee keer in Amsterdam. Uit zijn eerste huwelijk met Anna Catharina Groenewoudt werd onder anderen in 1855 in Amsterdam een zoon Rikent Willem Visser geboren. Rikent Willem was vernoemd naar zijn stiefopa Rikent Vedder en zijn oma Willempje Musegaars. Rikent Willem nam in 1883 de zuivelhandel van zijn vader over.

overdracht firma O.M. Visser en zoon

overdracht firma O.M. Visser en zoon

Rikent Willem Visser trouwde twee keer. Zijn tweede vrouw was Eilke Venema (1864-1944) met wie hij in 1908 in Amsterdam trouwde. Eilke was een dochter van de schoolmeester van Enumatil Jan Venema en diens echtgenote Doortje Kooij. Eilke had al het een en ander meegemaakt in haar leven. Ze was eerder getrouwd (in 1885 in Leek) met dominee Johan Barger (1853-1909). Deze dominee was geboren in Amsterdam en had gestudeerd in Utrecht. In 1880 werd hij Hervormd predikant in Goudswaard. Door omstandigheden legde hij zijn bediening in 1882 neer, maar in 1883 stond hij weer op de kansel in Lettelbert / Enumatil als hulpprediker en een poos later als predikant. In 1885 vertrok hij naar Garnwerd en vandaar in 1888 naar Harlingen.

In 1894 vermoorde dominee Johan Barger in Harlingen een jonge naaister die zijn vrouw Eilke Venema hielp. Johan Barger werd daarvoor tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld en hij overleed in 1909 in de Leeuwarder strafgevangenis. Johan Barger werd bekend als “de blikken dominee” en aan hem hebben we het “Tarara boemdiee, de blikken dominee” etc. te “danken”.

Maar ook over sommige van de andere kinderen van Obbe Meints Visser en Sophia Swerus zijn nog genoeg bijzonderheden te vertellen. Daarover meer in een volgend blog, klik hier.

, , , , , , , , , , , , , , , , ,

Een reactie plaatsen

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.