Tragische afloop

In Ureterp had men in de laatste helft van de 18e eeuw een schoolmeester die lang zijn werk bleef doen. Dat was Lieuwe Eeuwes, geboren in 1710. In 1742 werd hij aangesteld en komt diverse malen voor in de kerkvoogdijrekeningen. In 1795 kwam er dan toch een einde aan de dienst van Lieuwe, hij ging op 85-jarige leeftijd met pensioen. Behalve schoolmeester was Lieuwe ook koster, klokluider en voorzanger in de kerk. Op 8 november 1795 werd hij voor het laatst betaald voor kerkedienst en op 19 februari 1796 ontving de kerkvoogdij de penningen uit de collectezak bij de begrafenis van Lieuwe. Na het terugtreden in 1795 moest er een nieuwe schoolmeester, tevens voorzanger in de kerk worden benoemd. Bauke Johannes naam zolang de kerkedienst waar.

Er werd op 25 april 1795 een advertentie in de krant geplaatst. Op 7 juni 1795 konden kandidaten zich melden in Ureterp. Waarschijnlijk heeft die eerste poging geen goede kandidaat opgeleverd want op 22 oktober 1796 verscheen er opnieuw een advertentie, nu ook in de Ommelander Courant. De schoolmeester had recht op een traktement van 200 gulden per jaar, op een vrije woning en andere emolumenten. Men moest een “Weldenkende Vaderlandslievende burger” zijn met voldoende bekwaamheid in lezen, zingen, schrijven en rekenen. Kandidaten konden zich op de zondagen 23 en 30 oktober en op zondag 6 november melden. De zondag was daarvoor een geschikte dag want dan konden de kandidaten alvast even voorzingen in de kerk. In een orgelloos tijdperk was het van belang dat de meester als voorzanger geen valse noten zong.

Deze keer lukte het en Jelle Hagenauw, tot dan schoolmeester in Scharmer in de provincie Groningen, werd benoemd. Jelle was in 1774 geboren in Kolham als zoon van Willem Pieters Hagenauw en Hendrikje Jelles. Op 12 februari 1797 werd hij al lidmaat in Ureterp ingeschreven. Op diezelfde dag begon zijn dienst. Op 31 december van dat jaar trouwde hij met Engeltje Sophias, een dochter van Sophias Iebeles en Lutske Theunis. Engeltje overleed op 22 januari 1804, kinderloos. In 1809 hertrouwde Jelle met Sietske Sophias Looijinga, een zuster van zijn eerste vrouw, met toestemming van het gerecht. Uit dit tweede huwelijk werden zes kinderen geboren: Sophias (1809-1895), Hendrikje (1810-1852), Lutske (1812-1855), Willem (1814-1890), Engeltje (1817-1820) en Pietertje (1819-1868). De jongste dochter was zwakbegaafd en is in Franeker overleden.

Jelle Hagenauw bleef niet onderwijzer. In mei 1812 gaf hij er de brui aan en werd belastinggaarder. Nadien wordt hij nog vermeld als koopman en bij zijn overlijden in 1820 was hij boer. In 1832 woonde weduwe Sietske in de Wegburen van Ureterp samen met haar kinderen. Je kunt die woning plaatsen zo ongeveer waar vroeger de bakkerij van Zuiderbaan was, nu (2014) is dat een appartementenflat.

woning Hagenauw 1832

woning Hagenauw 1832

In het jaar 1852 voltrok zich een tragedie in het gezin. Dochter Hendrikje overleed op dinsdag 12 oktober van dat jaar. Haar stoffelijk overschot stond opgebaard in de voorkamer. Op vrijdag 15 oktober ging een zoon, Sophias of Willem ’s morgens vroeg aan het werk, zo tegen 5 uur. Hij zou toen tegen zijn zuster Pietertje hebben gezegd dat ze het vuur (de kachel) moest aanmaken. Pietertje had echter geen vuur in de haard gemaakt maar in het bed. Moeder Sietske was intussen weer in slaap gesukkeld. De woning raakte door het vuur in brand. Door het vroege uur was er zo gauw geen hulp beschikbaar. Alleen de schuur en de achterkamer konden worden behouden. Ook de voorkamer waarin de lijkkist stond brandde geheel uit, inclusief de kist, waarvan slechts “weinige overblijfselen” restten. De zwakbegaafde dochter Pietertje kwam later uit de schuur tevoorschijn.

Je mag wel spreken van een grote tragedie die de familie Hagenauw is overkomen. Het gebeuren rondom die brand moet traumatisch zijn geweest, iets wat je niemand toewenst.

Er is geen nageslacht meer van het gezin van Jelle Hagenauw. Vrouw Sietske overleed in 1855 evenals dochter Lutske. Engeltje werd maar 3 jaar, ze overleed in 1820. Zoals geschreven overleed Pietertje in 1868 in Franeker. De beide zonen bleven achter. Ze woonden later in De Wilp onder Siegerswoude, waar ze beiden overleden, Willem in 1890 en Sophias in 1895. Alle kinderen bleven ongehuwd.

, , , , , , , , ,

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

%d bloggers op de volgende wijze: