Dominee Meinardus Meiners

Dit is een vervolg op “Bushokje in de kerk”, klik hier.

Er is veel te vertellen over dominee Meindert Pieters alias Meinardus Petrus Meiners. Te beginnen met z’n achternaam. In 1811 nam hij in Workum de achternaam Meinderts aan. Dat was echter voor eenmalig gebruik, hij gebruikte verder uitsluitend Meiners. Het probleem dat Meinardus en zijn vrouw hadden betreffende het vertimmerde gestoelte in de kerk van IJlst was slechts “peanuts” als je het vergelijkt met alle andere zaken waarbij hij betrokken was.

Meinardus wordt in die literatuur beschreven als zijnde een orangist, een liefhebber van het huis van Oranje. Dat lijkt vreemd als je weet dat hij in z’n jonge jaren keihard in aanvaring kwam met prins Willem V, de stadhouder. Willem V had allerlei titels en functies. Eén daarvan was “onafhankelijk Heer van de Vrije en Souveraine Erfheerlijkheid Ameland”. Ameland had in die tijd een soort van “status aparte”, net zoals Visvliet overigens. De predikant van Nes op Ameland in het jaar 1772 was Henricus Braunius. Braunius was nog maar net bevestigd, maar moest in september van dat jaar een poosje naar de vaste wal. Henricus ging namelijk trouwen. In de periode dat dominee Braunius niet op het eiland was preekte “onze” Meinardus daar. Dat deed hij met zoveel vuur dat er problemen ontstonden. In het boek De Gereformeerde kerk van Ameland, 1611-1816″ schrijft mr. J. Loosjes:

“Hij (=Meinardus)  sprak van bovennatuurlijke verschijningen, die hem ten deel waren gevallen, hield nachtelijke bijeenkomsten en scheen voor deze en dergelijke excentriciteiten grote invloed te hebben op de eenvoudige eilanders, die zulke dingen in ‘t geheel niet gewend waren.”

Die bevlogenheid was de plaatsvervangend baljuw van Ameland ook opgevallen en hij probeerde Meinardus het preken te beletten. Meinardus ging echter gewoon door met wat hij aan het doen was. Toen lichtte de baljuw de Heer van het eiland, Willem V, in. Willem greep keihard in en liet op 23 september 1772 in Den Haag een publicatie het licht zien. Daarin stelde hij er met leedwezen kennis van te hebben genomen dat een zekere jongeman uit Holvert (=Holwerd), voorgevende student in de theologie in Groningen te zijn, zonder medeweten van de kerkeraad in Nes, zowel bij dag als bij nacht, ongeoorloofde bijeenkomsten aan het houden was. Die jongeman stelde dat hij de Waarheden van het geloof en van de Gereformeerde religie verkondigde. De toeloop van het volk was groot. Willem was bang dat dit alles alleen maar kon leiden tot scheuring van de gemeente, tot verachting van de openbare Godsdienst en tot versmading van de wettig beroepen predikanten. Die jongeman zou de eenvoudige mensen tot vertwijfeling en dweperij brengen. Daarom moest er direct worden ingegrepen. Willem verbood de samenkomsten die niet met goedkeuring van de kerkeraad en met voorafgaande melding aan de Baljuw werden gehouden. Wie er wel aan deelnam als predikant, ouderling, diaken of voorzanger kon een boete verwachten van vijftig goudguldens en de toehoorders kregen een boete van vijfentwintig goudguldens.

De beslissing van Willem V werd op 6 oktober 1772 in de “Opregte Groninger Courant” gepubliceerd. Wie het complete verhaal wil lezen, klik hier (artikel in de rechterkolom van blz. 1 en het vervolg op de linker kolom van blz. 2).

Meinardus werd door de baljuw van Ameland gevangen genomen en van het eiland verbannen. De publicatie viel ook op bij de Theologische faculteit in Groningen. De professoren van deze faculteit publiceerden een paar dagen later in dezelfde krant hun reactie. Willem V had het gehouden op “student uit Holvert” maar de professoren noemden man en paard. Die zogenaamde student was een zekere M. Meiners. Volgens de heren was Meinardus helemaal niet ingeschreven als student bij de Academie in Groningen, niet bij theologie en ook niet bij enige andere faculteit. Wel was in het jaar 1771 deze Meiners “onder het getal der Academie Burgers aangenoomen”, maar dat maakte hem nog geen student.

Meinardus voelde zich beledigd en schreef een boekje ter verdediging. Daarin gaf hij aan wel  degelijk met toestemming van de predikant en ouderlingen te hebben gepreekt. Predikant Braunius van Nes schreef (na correctie, in twee keer) een verklaring waarin hij aangaf dat hij Meinardus wel toestemming had gegeven om te preken.  Braunius dacht dat dit slechts eenmalig zou zijn. Ook een aantal gemeenteleden legden verklaringen af ten gunste van Meinardus. De student voelde zich ook onheus behandeld door de professoren.

De eerste rel rondom Meinardus was daarmee geboren. Op de één of andere manier heeft hij toch een studie kunnen afronden, want hij werd in 1784 predikant in Graft (N.-Holland). Reeds in 1785 kreeg hij een beroep uit IJlst. Het duurde echter nog tot 1787 voordat hij daar ook zijn intrede deed. Diverse gemeenteleden hadden bezwaar ingediend tegen de beroeping. Uiteindelijk moesten Gedeputeerde staten het beroep approberen.

Atlas Schotanus IJlst 1664 (fragment)

Atlas Schotanus IJlst 1664 (fragment)

Meinardus behoorde tot de orthodoxe stroming in de kerk en lag mede daardoor diverse malen overhoop met de “notabelen”. Hij moet wel een goede redenaar zijn geweest want hij preekte de kerkgebouwen “vol”.

In 1789 werd bij beroepen in Sloten. Hij bedankte “voor deze keer” voor het beroep. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Vlak daarvoor had hij een beroep uit Workum ontvangen, waarvoor ook werd bedankt. Namens de kerkeraad van  IJlst werd een artikel in de “Boekzaal der Geleerde wereld” geplaatst, waarin de schrijver blijdschap over het blijven van Meinardus ventileerde. Daarop kwam direct een reactie vanuit Sloten. Men wilde een boekje open doen over Meinardus. De kerkeraad en de magistraat van Sloten lieten weten met dominee Meiners te hebben onderhandeld en men had de indruk gekregen dat Meinardus genegen was om naar Sloten te komen. Meinardus had zelf aangegeven met welke twee andere predikanten hij op een drietal wilde staan. Het beroep kwam dan ook en de Slotenaren gingen ervan uit dat deze dominee zeker het beroep zou aannemen. Meinardus had echter een brief geschreven waarin hij twee week uitstel verzocht. Daarna wilde Meinardus nog eens acht dagen beraad. Uiteindelijk bedankte hij toch voor het beroep, “voor deze keer”. Intussen was in Sloten ook een brief bezorgd en voorgelezen die was geschreven door enige inwoners van de naburige gemeente in Balk waarin werd aangegeven dat men Meinardus ook graag als predikant in Balk zou willen zien. Volgens de schrijvers uit Sloten had Meinardus reeds een pastorie in Sloten uitgezocht. Ook had hij het aannemen van het beroep toegezegd. De notabelen in Sloten waren klaar met deze dominee, hij zou nooit weer in Sloten worden beroepen. Men schreef dat men het eigenlijke karakter van Meinardus maar al te zeer had leren kennen. De geruchten gingen dat Meinardus zelf het beroep had uitgelokt waardoor hij zijn positie in IJlst kon verbeteren.

Opnieuw was een rel geboren. Er werd weer het een en ander aan het papier toevertrouwd. De notabelen uit Sloten gaven een boekje uit over deze zaak, Meinardus schreef zelf een boekje, in de krant schreven inwoners van Balk, Tjeerd Wildeboer en Rintje Binkes,  een bericht tegen de notabelen in Sloten, een zekere Dirk Caldy schreef in de krant dat de notabelen van Sloten hun beschuldigingen aan het adres van Balk moesten intrekken. Deden ze dat niet dan moesten ze worden aangemerkt als “Lieden van weinig Eer en Lasteraars van een naburige Gemeente.”

Meinardus werd in IJlst geschorst voor de duur van zes weken door de classis van Sneek. Hij mocht in die tijd niet meer preken. De classis en de dominee lagen in die periode voortdurend overhoop, het bleef maar doorgaan.

Dan blijft het een poos stil, maar in 1798 kreeg Meinardus opnieuw een beroep uit Sloten en deze keer nam hij het wel aan.

Atlas Schotanus Sloten 1664 (fragment)

Atlas Schotanus Sloten 1664 (fragment)

In 1804 vertrok hij naar Workum, waarvoor hij eerder ook al had bedankt. In 1812 wilde de kerk van Wanswerd – Birdaard hem beroepen, maar dit beroep werd gestuit door de classis. Opnieuw werden er allerlei verklaringen opgesteld betreffende de boodschap die Meinardus uitdroeg en over zijn handelswijze. Veel wijst erop dat men niet veel moest hebben van de behoudende leer die Meinardus verkondigde en dat in een periode waarin de Verlichting grote invloed had in de kerken. Er begon steeds meer een controverse te ontstaan tussen de “rekkelijken”  en de “fijnen”. Meinardus bleef in Workum tot zijn dood in 1817.

Samengevat kun je stellen dat Meinardus veel toehoorders had, bij het gewone volk geliefd was, waarschijnlijk ook mede door zijn voorkeur voor Oranje, maar slecht kon omgaan met hooggeplaatste personen. Zijn karakter zal ook niet hebben meegeholpen om compromissen te sluiten. Hij heeft de Friese kerkregeringen in zijn tijd behoorlijk veel werk bezorgd. Je zou hem zelfs als een voorloper van Hendrik de Cock uit Ulrum kunnen beschouwen met zijn verzet tegen de vernieuwingen in de kerk.

Echtgenote Janke Visser overleed in 1813 in Workum, Meinardus zelf overleed daar in 1817. Zakelijk gezien had het predikantschap hem niets opgeleverd. Hij liet schulden na en zijn erfgena(a)m(en) aanvaardde(n) zijn nalatenschap niet. Nog eenmaal komt hij in 1823 voor het voetlicht als er nog 550 gulden wegens  intussen uitgekeerd achterstallig traktement is te verdelen onder de crediteuren. Men mag zich melden bij zoon Anne Meinders en bij de curator Lolke Visser. Een boer uit Sloten, een koopman en een zilversmid uit Workum meldden zich.

Er volgt nog een derde aflevering in deze serie, dan meer genealogische gegevens, klik hier.

Literatuur:

De Afscheiding van 1834 in Friesland deel I door J. Wesseling.

, , , , , , , , , , , , , , , , ,

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

%d bloggers op de volgende wijze: