Folkert van Loon

Dit is een vervolg op “Geboortekaart van een genie”, klik hier.

In de vorige publicatie gaf ik aan dat Wopke Eekhoff in 1841 Folkert van Loon (1775-1840) bestempelde als een genie. Folkert was actief op allerlei gebied, als bestuurder, als zuivelhandelaar, als houthandelaar. Daarnaast, zeker na zijn pensionering als ambtenaar, was hij ook bezig met het ontwerpen van allerlei apparaten, machines en dergelijke.

Zijn speciale aandacht ging uit naar de scheepsbouw. Hij deed onderzoek naar de vorm, het model van de toen gebruikelijke scheepsmodellen. Folkert kwam tot de conclusie dat het beter kon. Een andere vorm van de romp van het schip zou de snelheid en de wendbaarheid van de schepen aanmerkelijk verbeteren. Om het technisch tekenen van schepen te vereenvoudigen ontwierp hij eerst een nieuwe manier om die schepen te tekenen en hij ontwierp tekeninstrumenten. Voor wat betreft de vorm van de scheepsromp kwam Folkert met een nieuw idee.  Hij was van mening dat die romp op veertig procent van de totale lengte  het breedst moest zijn. Die vorm leidde hij af van de vorm van vissen, bijvoorbeeld de snoek. Hij legde die bevindingen vast in een boek: “Beschouwing van den Nederlandschen scheepsbouw met betrekking tot deszelfs Zeilaadje” uit 1820 (zeilaadje = zeilkarakteristieken –  vaart/loop van een schip).

boek door Folkert van Loon

boek door Folkert van Loon

Dit werk werd bekroond met een zilveren medaille plus een geldbedrag door de Nederlandsche Huishoudelijke Maatschappij. Een aantal schepen werd volgens de principes van Folkert gebouwd en ze bleken aan de eisen, meer snelheid etc. te voldoen. Ook publiceerde Folkert een boek genaamd “Handleiding tot den Burgerlijke Scheepsbouw” , wat eigenlijk een standaardwerk is geworden. In 1980 verscheen er zelfs nog een facsimile herdruk van dit boek.

Een scheepsmodel van Folkert dat bewaard is gebleven behoort nog tot de collectie van het Rijksmuseum, klik hier.

Toen er in 1843 boelgoed werd gehouden van de bezittingen van wijlen Folkert en wijlen zijn tweede vrouw waren er nog 130 exemplaren van dit boek in de boedel aanwezig. Misschien een aanwijzing dat de vrij traditioneel ingestelde scheepsbouwers niet storm liepen om dit boek te bemachtigen. Waardering voor het werk van Folkert was er wel, hij kreeg zelfs subsidie van Zijne Majesteit de Koning.

Folkert had ook al op 18 en op 25 mei 1832 van de Koning octrooien gekregen op de ontwerpen van een steigermachine en een vervoerbare steigermachine, beiden voor vijf jaar.

Maar Folkert schreef ook over heel andere zaken, zoals de voordelen van teer bij houtconservering en op welke manier de scheepsbouwers, timmerlieden, molenmakers en wagenmakers daar het best mee om konden gaan. Dat was in 1828 toen hij nog in Harlingen woonde. Hij noemde zich toen scheepsarchitect voor particulieren.

Zo is er nog veel meer door hem ontwikkeld. Eén machine wil ik hierbij nader belichten, de turf-persmachine. Eekhoff noemt deze machine, maar verder heb ik er niet veel over terug kunnen vinden. Wel staat er het Nieuwsblad van het Noorden van 14 oktober 1995 blz. 30 een afbeelding van een dergelijke machine.

Echter, in 1877 werd er door Johannes Gjalts Kuipers, samen met diens zonen Johannes Jacobus en Gjalt en samen met schoonzoon Engele Miedema een fabriek opgericht in Winschoten in het Zuiderveen. Alles onder de naam Kuipers-Miedema & Co. De Kuipers-familie was de eigenaar van de eerste strokartonfabriek in Nederland onder de naam J.G. Kuipers & Co, gevestigd in Leeuwarden. Engele Miedema was fabrikant van aardewerk en had ook een blikslagerij in Leeuwarden. De fabriek in Winschoten – Zuiderveen ging turfbriketten produceren, toen heette dat nog turf-briquettes.

Kuipers-Miedema & co, turfbriketten

Kuipers-Miedema & co, turfbriketten

Wikipedia vermeldt dat de eerste Nederlandse turfbrikettenfabriek in 1889 in Vroomshoop werd gebouwd , maar de Kuipers-Miedema-fabriek in Winschoten – Zuiderveen werd al in 1877 / 1878 opgericht, zeker tien jaar eerder.

Opmerkelijk is de deelname van Engele Miedema in de firma. Engele was weliswaar een schoonzoon van Johannes Gjalts Kuipers, getrouwd met diens dochter Geertrui Maria Kuipers, maar hij was ook een stiefzoon van Catharina Schellingwou van Loon. Catharina was een dochter van Folkert van Loon en ze was getrouwd met Martinus Miedema. Voor Martinus was Catharina zijn tweede echtgenote. Is er ooit aan de keukentafel van het gezin Miedema gesproken over de turf-persmachine van Folkert van Loon? Een turfbriket is niets anders dan geperste turf. Kreeg de turf-persmachine van Folkert van Loon meer dan 45 jaar na zijn overlijden dan toch een industriële toepassing? Zo ja, dan was Folkert met zijn ontwerp zijn tijd ver vooruit.

Helaas, de fabriek in Winschoten ging al weer in 1880 failliet. Engele Miedema herstelde nooit weer van deze financiële klap, hij moest ook zijn aardewerkfabriek opgeven. Hij probeerde het nog wel met een nieuwe aardewerkfabriek op kleine schaal in de stad Groningen, maar ook dit initiatief mislukte. Uiteindelijk overleed Engele in Haarlem. Hij was toen boekhouder van een psychiatrisch instituut in Bloemendaal.

Uit het bovenstaande blijkt dat Folkert van Loon zijn bekendheid heeft te danken aan allerlei vernieuwende ontwerpen. Wopke Eekhoff kwalificeerde Folkert, na diens overlijden, daarom als een genie. Was dat niet een beetje overdreven, een beetje teveel “van de doden niets dan goeds?” Eekhoff was een vriend van Folkert van Loon. Maar waarom ook niet, vast staat dat Folkerts ideeën en uitvindingen invloed hebben gehad op industriële ontwikkelingen, een vernieuwende rol hebben gespeeld.

Er volgt nog een derde aflevering in deze serie, dan zal blijken dat de appel soms niet ver van de boom valt.

Literatuur:

website Fries Aardewerk, klik hier.

website Fries Scheepvaartmuseum, klik hier.

About these ads

, , , , , , , , , , , , ,

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

%d bloggers op de volgende wijze: